Woensdag 28 mei 2014; BAAI BRIXHAM (50°24’239N/003°32’359W): 23 mei t/m 27 mei. Logstand 9345-9473: 629 mijl totaal gevaren!

Leave a comment Standaard

Dinsdag 23 mei. Wel of niet uitvaren? We staan om 07.00 uur op. Er zijn wolken, maar het is droog en de wind waait. We varen eerste even naar de haven om water te tanken en Duca uit te laten. Ik wil het weerbericht opvragen, maar heb hier om de een of andere reden geen bereik met mijn Wi-Fi apparaatje. Rond een uur of 9.00 varen we uit, maar bij de bocht van de rivier krijg ik direct 26 knopen wind en hevige regen voor de kiezen. Dit is niet leuk en ook niet verantwoord. We keren terug naar het ponton en melden de havenmeester, dat we nog even blijven liggen. Dat kan voor een zogenaamd “short stay” tarief van 13 pond. Vooruit dan maar. Blijven we hier vannacht liggen, dan kost dat 33 pond. We wachten nog even af en ik ga verder aan dit verslag. Na een tijdje lijkt het iets minder slecht te worden en gaan we de wal op. BUCKLERS HARD is behalve aan jachthaven ook een 18e eeuws dorpje, dat is gerestaureerd en een maritiem museum heeft. Daar eerst maar naar toe. Duca mag echter niet naar binnen en dat is een mooi excuus om als krenterige Hollanders geen 6,50 pond p.p. te willen betalen voor dit toch wel kleine museum. Wel koop ik een leuke kaart voor Henk en Garmyn: “on an old ship, the only thing that is working, is the skipper”. Het regent weer, dus dan maar naar de pub! Het is verbonden aan het MASTER BUILDERS HOUSE HOTEL, en ik ontdek dat hier op deze plek oorlog schepen werden gebouwd in 18e en 19e eeuw:

On the now tranquil and picturesque banks of the river, Bucklers Hard was once a hive of shipbuilding activity, providing warships voor Nelson’s victory at Trafalgar. With the oaks of the new forest on its doorstep, BH was founded by John, 2nd Duke of Montagu in the 1720’s as a centre for trade and shipbuilding. Its most celebrated launch HMS Agamemnon, was famed for being Admiral Nelson’s favourite warship.

In de pub hangt een houten boord met een overzicht van 1698-1818 van alle oorlogsbodems die hier zijn gebouwd, de grootste met 74 guns. Wel weer leuk chauvinistisch, dat er in de hal van het hotel een prent hangt van een Franstalig schip met Nederlandse vlag met 80 guns. We bestellen een heerlijke Fishermens plate ot share, zoals hier vaak op de kaart staat, met allerlei vis en andere lekkere hapje. Meine een Guinness en ik een witte wijn. Daarna wandelen we ondanks de miezer via een mooi pad langs de rivier naar het plaatsje BEAULIEU. We doen er ruim een uur over, maar het is een mooie wandeling. Als we het plaatsje naderen hangt er een bordje: Please put your dog on a lead for the next 400 yards. Sensitive creatures in the vicinity! Dat zijn dus blijkbaar de schoolkinderen van de dorpsschool, die we even later zien. In het kleine dorpje lopen we even naar het grote huis, dat zo te zien nog privé is en niet toegankelijk, behalve de kerk. Bij een mooi kleinschalig tuincentrum, dat ook een café heeft, nemen we even wat te drinken (ik maar eens thee, maar deze keer nog zonder melk en Meine koffie met scones). We wandelen terug en het weer klaart langzaam op. We krijgen beiden zo’n beetje tegelijk hetzelfde idee: aan de monding van de rivier voor anker. En dat doen we!

Woensdag 24 mei. Een doel bij gesteld. We staan vroeg op en ik laat Duca uit op het land. Helaas springt ze niet aangelijnd direct uit het bootje achter de volgens mij honderden konijntjes aan. Na een tijdje roepen vind ik haar terug bij een hol. Te zien aan haar vacht, is ze er niet in geweest, maar de ingangen lijken groot genoeg. Ik zou haar niet graag kwijt raken in zo’n hol. Je hoort verhalen van hondjes die vast komen te zitten! Rond 9.40 uur zeilen we de rivier uit. Het weer is goed. Lekkere wind. In de WEST SOLENT zeilen we een heel klein stukje gelijk op met de wedstrijdjachten, namelijk het moment dat ze ons aan lij zijde onder door voorbij varen. We hebben de stroom mee en het gaat hard door het NEEDLES CHANNEL naar buiten, 9,5 knopen. Het eiland WIGHT ligt aan bakboord. De Needles zijn tegen de zon in te zien en ook het HURST CASTLE, in 1541 door Henry VIII gebouwd, schiet voorbij. Het is gebouwd met de stenen van een afgebroken abdij en bedoeld om de ingang van de Solent te bewaken. Het is echter nooit gebruikt. Vanaf B river willen we vandaag naar LULWORTH COVE, een natuurlijke baai. We zeilen een aantal uren heerlijk, maar krijgen dan stroom tegen. Het lukt zelfs met de motor er bij niet om langs ST ALBANS HEAD te komen en Meine gaat steeds moeilijker kijken. We overleggen en besluiten terug te keren, ook omdat er een bui aan lijkt te komen. Net om de hoek ligt een klein badplaatsje: SWANAGE. Binnen een uur liggen we aan een mooring bij de haven. Meine doet een tukje, ik lees wat en het wordt inderdaad vies regenachtig. Later als het droog is gaan we met het bootje naar de wal. In een gezellige tent buiten (beetje koud) ik mosselen en Meine krab gegeten. Ik besteld een fles witte wijn, maar het blijkt rosé, Meines favoriete drankje. Muziek en een varken aan het spit bij de plaatselijke roeiclub. Er waren vandaag wedstrijden. We hebben er nog een stukje van kunnen zien. Een stuk of 10 houten boten met iedere roeier aan 1 riem. Slanker dan onze roeisloepen in Nederland en meer elegant.

Later terug aan boord hebben Meine en ik het gesprek, dat blijkbaar altijd nodig is, na een week of twee op pad te zijn. Het thema is dat we niet zorgvuldig genoeg communiceren over wat de plannen zijn. Ik heb het gevoel, dat ik steeds Meines gedachten moet lezen, om er achter te komen wat hij denkt en voelt. Zoals vandaag onderweg als hij steeds “moeilijker” gaat kijken en ik écht moet doorvragen wat er speelt. Pas dan zegt hij dat het niet gaat lukken tegen de stroom in én dat hij zich zorgen maakt over de bui. Ook moeten we hier eigenlijk toch wel voordat we gaan varen palaver houden en precies bepreken wat we willen en vooral wat dit betekent voor vertrektijden en stroming. We zijn zo gewend vanuit SCANDINAVIE, dat we maar gewoon op weg kunnen gaan. Daar heersen immers geen getijden en de bijbehorende stromingen. Hier dus duidelijk wel. Een ander dingetje is dat ik soms aangeef ergens naar toe te willen, bijvoorbeeld naar een Marina en dat Meine er dan van uit gaat dat we dit ook hebben afgesproken. Ik wissel nogal wat wensen betreft, dus dat is voor hem weer lastig: “hij: maar we zouden toch naar …? Ik: “ja, dat zei ik een paar dagen geleden, maar dat was alleen maar een losse gedachte”. Kortom, goed om het hier over te hebben, want anders gaan we elkaar irriteren.

Donderdag 25 mei. Een juiste interpretatie van het woord “race” kan heel belangrijk zijn. Het is prachtig weer met een lekkere wind. Zuid, kracht 3-4. Vandaag ronden we de beruchte BILL OF PORTLAND (een kaap onder WEYMOUTH), waar de ‘Portland Race’ langs en omheen stroomt. Daar is al menig schip in opgeslokt en daar ten zuidoosten van zijn de zogenaamde SHAMBLES, rotsen onder water waar je goed uit de buurt moet blijven. Ook zijn er hele steile overgangen van heel diep naar minder diep. Je kunt ook tussen de kust en de rosten door varen maar met deze aanlandige wind doen we dat niet. We zeilen heerlijk maken goed vaart. Op het juiste moment vertrokken, zullen we nu uren lang de stroom mee hebben. Ik had een halve mijl ten zuiden van West Shambles Kardinale boei gekoerst en daarbij de getekende golfjes op de kaart genegeerd. Daar kwamen we dus midden in. Het zag er inderdaad uit als spelende dolfijntjes op een afstand, zoals ik later las. Het duurde maar kort, maar met WK 4-5 kwamen de golven toch van alle kanten en een paar dus van achter in de boot. We houden dus blijkbaar toch onvoldoende afstand van de kaap. Dus allebei een beetje nat. Even daarna was het met ruime wind richting LYME REGIS in een kalme zee. We leggen de gehele afstand van 52 mijl af in 8 uur, dus ongeveer 6,5 knoop gemiddeld per uur. Voor ons een hele snelle tijd. Ik had dus vooraf wel erover gelezen, maar me geconcentreerd op de SHAMBLES. Het stuk dat over de “race” ging interpreteerde ik als een klassieke zeilrace ging vanuit de SOLENT naar de kaap.

Om 16.10 uur zijn we in de haven, althans aan een ponton, die hier liggen van mei tot oktober. Dat kost 20 pond. Aan de mooring 10 en dan heb je recht op een retourtje met de rib van de havenmeester. Alles is spiksplinternieuw en misschien ook wel een beetje een hobby van de harbourmaster? Met de harde wind die er nu staat, nog behoorlijk wiebelig om over heen te lopen. Meine doet een tuk, ik laat Duca uit en daarna maken we een wandeling langs The Cobb, een grote stevige pier, die nu hersteld wordt vanwege de schade opgedaan in de voorjaarsstormen hier. De zon schijnt, de scheepjes liggen droog te vallen op het zand in de haven. Dus deze keer geen blubber, maar toch besluiten we buiten aan de ponton te blijven liggen, in de beschutting van de pier. Vanavond zal de wind afnemen, dus dan liggen we hier heerlijk rustig. We blijven hier een dag. We zijn best moe en ik mijn hele lijf doet zeer van het heftige zeilen vandaag en het je continue moeten staande houden. Er heerst een heel gezellige zondagse drukte. Veel dagjes mensen en kinderen. Overal Fish and Chips. Wij eten in de lokale pub voor weinig geld.

Hieronder een stukje over de Bill of Portland Race van het internet.

Waar krachtige zeestromen door kapen of riffen worden gedwongen van hun vaste koers af te wijken, ontstaan soms gevaarlijke en angstaanjagende golfvormingen. De onstuimige getijen, sterke stromingen, en stroomversnellingen die er het gevolg van zijn, zijn plaatsen die door jachten vermeden dienen te worden. De plaatsen waar zij zich bevinden, zijn zeer wel bekend en op kaarten aangegeven, en de behoedzame zeeman blijft er zo veel mogelijk uit de buurt. Portland Bill, Colve Ohracium en Pentland Firth bezitten alle getijen die bij bepaalde combinaties van stroom en wind gevaarlijk worden. Zij die gevangen raken in dergelijke springvloeden zijn zelden in staat hun ervaringen in woorden uit te drukken. Het relaas van Hilaire Belloc zal duidelijk maken waarom dit zo is. En dus opnieuw het ronden van de “Bill” – iets waarvoor ik altijd bang geweest ben, want Portland Race is een vreselijke geschiedenis. Portland Race zou terecht het meest beruchte verschijnsel van alle wereldzeeën genoemd moeten worden. Ik zal u zeggen waarom. Het is een afschuwelijke, onverwachte, enorme, unieke gebeurtenis welke dwars over de hoofdweg van onze reis ligt: het is het wonder van onze wateren. Het is mij bijna steeds gelukt gebruik te maken van het smalle, kalme gedeelte in de nabijheid van deze kaap, maar het is mij ook wel overkomen dat dit kalme gedeelte mij in de steek liet, waardoor ik gedwongen werd door het uiteinde van Portland Race te varen. Een half dozijn maal had ik hem van nabij gezien en tweemaal was ik er bijna in terecht gekomen. Maar ditmaal maakte ik het “Ding an sich” in werkelijkheid mee. Het kan één van Gods Werken genoemd worden.
Portland Race is gelegen in een groot ovaal, soms drie, vier, soms vijf mijl van Portland Bill als een oorijzer bengelend aan het lelletje van een demon. Het ovaal zal groter zijn – of kleiner – naar gelang de wind zeewaarts of landwaarts waait, maar het is steeds geweldig met een doorsnede van twee of meer mijlen. Hij woelt, huppelt, kookt of ziedt als water in een ketel boven een vuur, maar dan gemeten in voeten en met druppels die tonnen wegen. Hij strekt zich uit in het Kanaal om daar het Atlantische getij uit te dagen. Hij is de poort tot de nauwe zee. Daarbuiten bevindt men zich – ondanks de naam – in feite binnen de sfeer van de Oceaan die uitzicht biedt op de beide Amerikaanse continenten. Voordat ik hem jaren geleden voor het eerst hoorde brullen, dacht ik dat ik goed wist wat de “Race” betekende. Wat ik er toen van wist, wist ik slechts op een vage, abstracte manier. Ik kende hem uit beschrijvingen op papier. Ik kende hem zoals hij op kaarten staat aangegeven en zoals hij in de “Channel Pilot” staat beschreven. Maar toen ontmoette ik hem in levenden lijve en ervoer hem met mijn zintuigen. Ik had hem op een afstand van vele mijlen horen brullen als een troep leeuwen in een natuurreservaat. Ik had tijdens een kalme dag de afschuwelijke woestenij van witschuimend water gezien toen ik er – op honderd meter afstand of zo – langs scheerde. Maar er bestaat geen groter verschil dan het kennen ervan op bovengenoemde wijze en de ervaring van er zich middenin te bevinden! Hij die bij kalm weer en in een kleine boot slechts maar de randgebieden ervan doorkruist, zal weten waarvan ik spreek en voor zulk een enorme toename van feitelijke ervaring is zelfs dit ruimschoots de moeite waard.
De zee bij Portland Race kent geen toe- of afnemen van het getij, geen af- en aanvloeien van het water, geen zich met regelmaat voortdoend hoog en laag water. Hij bestaat uit een chaos van kolossale golven die onverwachts omhoogrijzen en vooraf niet te bepalen zijn. Het is geen aanval – eer een schermutseling; een worstelpartij van duizend tegen één. En hij brengt opzettelijk een geraas voort om zijn tegenstander in het diepst van zijn wezen te doen sidderen. Door het gegrom en gehuil doet hij het meest denken aan een gigantische troep bloedhonden – en dit alles op een bijzonder angstaanjagende manier. Zijn doel is te doden, doden uit woeste trots en àl deze dingen zal men ervaren als men ermee te maken krijgt, varend in een kleine boot.
Misschien is het feit dat Portland Race niet de vooraanstaande plaats in de Engelse literatuur inneemt die hij verdient, te wijten aan het feit dat zij die daarin thans de lakens uitdelen, er nooit doorheen zijn gevaren – behalve misschien in vaartuigen zo groot als steden – passagiersschepen en dergelijke. Zelfs dit soort schepen is respect ervoor bijgebracht, want gedurende de oorlog slokte Portland Race een schip van 14.000 ton met een lading machines op en als men een lijst zou samenstellen van alles wat door Portland race is verzwolgen, zou hij kunnen wedijveren met de Orcus. Portland Race is één van de meest angstaanjagende verschijnselen die er bestaan.
De Saksische en Deense zeerovers uit de duistere middeleeuwen moeten er doorheen gevaren zijn (om er, God zij dank, vaak te vergaan). Iedereen die gedurende de afgelopen tweeduizend jaar vanuit Frankrijk op weg naar Dorset was, moet dit waagstuk hebben ondernomen. Vandaag leidt de koers van ontelbare schepen die vanuit Southampton op weg zijn naar de oceaan via de Start en de Lizard er vlak langs. Niettemin wordt er in onze letteren geen gewag van gemaakt – behalve misschien de toespeling van de heer Hardy wat betreft de geesten die er boven ronddolen. Maar er bestaat geen geest of spook dat daar kranig genoeg voor zou zijn! Misschien heb ik met het woord ‘Southampton’ wel de spijker op de kop geslagen. Totdat Southampton dè haven werd voor schepen die naar Noord- en Zuid-Amerika voeren, lag de Race buiten de reisroute. Niemand die het Kanaal afzakt, behoeft in aanraking met de Race te komen – evenmin zij die er noordwaarts doorheen koersen. Zelfs zij die het gehele Kanaal op-en-af kruisen, kunnen overstag gaan voordat het gebroken wateroppervlak wordt bereikt, en voor-de-wind-zeilende schepen behoeven er niet in de buurt van te komen. Stoomschepen behoeven er zich niet druk over te maken – behalve die stoomschepen die gedurende de laatste jaren gebruik zijn gaan maken van ons enige binnenwater in het zuiden bij het Eiland Wight.
Vertrouw niemand die de Portland Bill niet heeft gerond met een vaartuig van iets minder dan tien ton. Stel geen enkele man in staat een positie van enige betekenis in de regering te bekleden tot hij de Portland Bill zeilend heeft gerond in een boot van iets minder dan tien ton. Maar bovenal: geloof niemand – zelfs niet wanneer u het op deze bladzijden gedrukt ziet – die beweert dat hij dat gedaan heeft! 

Zondag 26 mei. “We call her duchess here in Britain. Ik sta vroeg op om een uur of 08.00 uur. Meine slaapt nog even verder. Ik laat Duca uit aan het strand vol kiezels. Men noemt dit gehele deel van de zuidkust de ‘JURRASIC COAST”, van wege de vele fossielen en prehistorische skeletten die hier zijn gevonden. Nog steeds kun je redelijk gemakkelijk langs het strand lopend, fossielen vinden. Ik houd het bij een paar mooie stenen.

Een rustdag tijdens het varen betekent eerst boodschappen doen en nu ook na zo’n twee weken een plek om de kleren te wassen. En ook even naar Imray mailen voor dealerlijst aan de zuidkust. We hebben nieuwe kaarten nodig voor SCILLIES, IERLAND, & de ENGELSEWESTKUST.  

Eerst maar de boodschappen, dan hebben we dat gehad. Meine rijdt alles in ons karretje naar de boot en ik ga naar de Laundrette, waar we eerder vanmorgen de vuile was hebben achter gelaten. Als ik om 13.00 uur terug kom, kan ik het zelf doen. Vanwege de Bankholliday vandaag hebben de mensen geen tijd om het voor ons te doen. Ze hebben hier grote professionele machines en voor 12 pond is binnen het uur een witte en een bonte was schoon en droog. Ik lees op een stoeltje buiten in de zon wat bladen en besluit twee 1 jaar oude outdoor wandelbladen mee te nemen. Er staan allerlei korte wandelingen in van gebieden waar wij verwachten in de buurt te komen.

In een hondenwinkel kopen we een nieuw tuigje voor Duca dat beter past en ook sterker is voor aan de lifeline. Overigens worden we, net als destijds met Max veel aangesproken door mensen en kinderen die het zo’n “cute little dog” vinden. En dat is ze ook. Af en toe noemen we haar hier in Engeland “Duchess” i.p.v. Duca. Ik zie kleine meisje die ons tegemoet komen een soort instant verliefde blik in de ogen krijgen als ze haar zien. Ik zie ze dan aarzelen om wel of niet haar te aaien. Dan is het moment voorbij en zijn we elkaar gepasseerd. Op te terugweg koopt Meine 2 pies, ik maak salade en we lunchen rond een uur of 14.30 in de kuip met nu een lekkere fles rosé, die ik op mijn verjaardag had gekregen. We zitten lang buiten met een olielampje aan, want het is een prachtige avond. Ik wilde eigenlijk voor het eerst Cobben, hier aan The Cobb, dat leek me toepasselijk, maar daar werd het uiteindelijk te laat voor.

Dinsdag 27 mei. Zo heerlijk rustig. Voor het eerst Cobben! Om 10.45 zijn we vertrokken richting SALCOMBE, 47 mijl verder op. Na een half uur heerlijk zeilen met ruime wind, valt de wind weg. We doen de motor er dus weer bij. hopelijk komt er straks meer wind. dat is wel voorspeld! Dit wordt dus de gehele dag op de motor, als we niet uitkijken en eerder hadden we juist afgesproken dit niet meer te doen. Tenzij het écht moet. We stellen dus het plan bij en gaan niet naar SALCOMBE, maar naar een ankerplek bij BRIXHAM, hier zo’n 24 mijl vandaan. We vallen af tot we een zeilbare koers hebben en kunnen dan met een klein windje zeilen met beetje stroom mee toch 4,5 knopen varen, dus dat is prima.

13.50 Heerlijk rustig zeilen we nog steeds met een beetje stroom mee. Binnen doe ik wat administratie, boek mijn vakantiegeld over naar mijn spaarrekening, want hier moet ik zuinig mee zijn en van leven tijdens de onbetaald verlof periode later. Ook heb ik een beetje opgeruimd, de koeling schoon gemaakt en de voorraden gecheckt. We hebben nog veel, behalve de wijn gaat er snel door heen. We hebben nog maar 2 flessen wit en nog zo’n 14 flessen rood. We hadden 48 rood aan boord, dus dat is iedere dag wel 1 fles zo’n beetje! Maar we hadden in het begin natuurlijk veel gasten aan boord en die kunnen drinken zeg! Ook kijk ik even hoe het met mijn wifidata gaat. Het speuren op internet en het YouTube filmpje bekijken over de PORTLAND BILL RACE, heeft veel data gekost, dus dat doe ik niet meer, tenzij we ergens vrij Wi-Fi hebben. Ik heb nu nog 1900 MB over van de 3000, maar heb gezien dat ik gemakkelijk en niet al te duur meer kan kopen via de website.

Ik ga weer even naar buiten en Meine bakt pannenkoeken. Heerlijk met knakworst, stroop en mosterd! Tot 15.30 zeilen we nog steeds lekker door en m aken een slagje richting BRIXHAM. Nog steeds in de snelheid 4 knopen en is het nu zogenaamd “slack”; geen stroom mee of tegen. Ik heb zojuist trouwens ook een Excel sheet gemaakt van alle dag afstanden en liggelden tot nu toe. 

Het laatste uur varen we dan toch op de motor om dat de wind nu helemaal weg valt en we de stroom tegen hebben. Tijdens het motoren repareert Meine de houten handgreep bij de ingang van de kuip, die is komen los te zitten. Dat betekent dat een plafond paneeltje los moet. Hiervoor moet weer de aluminium rand los geschroefd worden. Meine vermoedt namelijk en krijgt ook gelijk dat de bouten door en door gaan door het dek en met moeren vast zitten. Het hele klusje is klaar als we ankeren. Alles zit weer muurvast. Het is de gehele dag bewolkt, met ieder moment de zon, die zich wil laten zien, maar het niet lukt. Eigenlijk best wel een beetje koud dus. We zien nog een viertal kardinale boeien, die een rechthoek vormen en die niet op de kaart staan. Wat zou daar liggen onder water? Om 18.20 laten we het anker vallen, helemaal achter in de baai van BRIXHAM, op een prachtige plek, dicht onder een steile beboste wand. Meine ziet wat vissen die aan het jagen en vene later zie ik een grote zeehond. Hier zou dus vis moeten zitten! Vanavond nemen we voor het eerst de Cobb BBQ in gebruik. Ik maak 2 pakketjes in folie van aardappelen en 1 van groente met kaas en we grillen de biologische worstjes die ik in RYE heb gekocht. Wat een geweldig apparaat! Direct heet, geen gedoe en heerlijk eten. Collega’s bedankt! We zitten nog even buiten, maar zijn beiden moe. Om 22.15 liggen we in onze kooi.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s