2010 Richting Stockholm via Bornholm en de Zweedse Zuidkust – 8 weken!

image.pngDonderdag 1 juli 2010; Ameland, haven de Nes (53°26’22N/005°46’53E): Logstand 2561

AMELAND, HAVEN DE NES.Het is 10.00 uur en ik besluit om maar te beginnen met mijn verslag. Ik zit lekker binnen, gordijnen dicht en een verkoelend windje waait naar binnen. Vandaag wordt het heel warm en hopelijk varen we straks uit richting SCHIERMONNIKOOG en vervolgens naar CUXHAVEN of eventueel NORDENEY. Het is al een hele week prachtig weer en voor ons de eerste vakantie week. Mooi om te beginnen dus.

Tot afgelopen vrijdag nog hard gewerkt, inclusief de nodige hectiek. Ook nog 2 nieuwe leads. Vrijdag om 18.15 uiteindelijk van Nyenrode vertrokken. Kon moeilijk wegkomen, merkte is. Het is ook zo’n lange tijd: acht weken. Leuk dat een aantal collega’s mij expliciet een goede vakantie en goede reis komen wensen. Het is ook wel bijzonder om zo lang weg te kunnen.

Wat vooraf ging: Zaterdag 26 juni: De laatste voorbereiding thuis.

De gehele dag nodig gehad om voor te bereiden, huis en tuin op orde brengen, nog wat boodschapjes doen en vervolgens wat kleding geselecteerd. We nemen weinig mee, omdat de ervaring heeft geleerd dat, als het even kan, ik een week lang in dezelfde korte broek loop. Bovendien zijn overal wasmachines tegenwoordig. Op het laatste nippertje vorig week nog een aanbod gekregen van Roelie (zusje van Carolien Houweling) en Bart om op ons huis/tuin te passen. Zij heeft groene vingers en verheugt zich nu al om veel planten te determineren. In de eerste week van augustus komen Perry en Marion weer een weekje. Deze week ook nog druk geweest met het vier keer lakken van de kuiptafel die ik heb gemaakt. Meine heeft al een keer gepast aan boord. Ik ben erg benieuwd of e.e.a. functioneert. Zaterdagavond 20.00 uur zijn we aan boord.

Logstand 2480. Zondag 27 juni: Klussen en prutsen aan boord.

Geklust en geprutst aan boord in MEDEMBLIK, onze thuishaven. Kuiptafel geïnstalleerd. Past perfect en staat ook nog mooi. Vijftig meter lijn gekocht als ankerlijn, of om in Zweden aan een boom de boot vast te binden. Vanwege de rotsige kust moet je soms ver uit de wal liggen. De Zweden hebben ook allemaal een grote katrol op de achterplecht. Misschien kopen we die ook nog wel. Boodschappen gedaan bij Deen (is op zondag open). Genoeg voorraad voor een gehele tijd. Helga en Jürgen uitgenodigd om nog even een borreltje te drinken.

Logstand 2510. Maandag 28 juni: De juiste koers?

Uitgevaren richting HARLINGEN. Het is nog net geen vakantie tijd en dat merk je op het IJsselmeer. Jammer genoeg precies de wind tegen en dus 8 uur op de motor. Zon. Noord kracht 2, dus kruisen heeft ook niet zoveel zin. Onderweg richting Harlingen merken we een grote afwijking op het kompas (15°) en Meine belt naar Harlingen om iemand te vinden om te kalibreren. Dat lukt. Morgenochtend om 08.00 uur komt er iemand aan boord: een oude baas die het nog doet in zijn vrije tijd: Willem Twijnstra. Wij gaan ’s avonds lekker uit eten om het begin van de vakantie te vieren. We eten in een tentje waar we ook een keer in de winter met Kerstmis gegeten hebben. Één van de weinige die dan open is: “Nooitgedacht”.

Logstand 2531. Dinsdag 29 juni: Kalibreren dus en even niet opgelet!

De volgende morgen is Willem stipt op tijd. We varen door de sluis en leggen vast aan een grote afmeerpaal in de kom voor de haven. Hier leggen we vast met een lange lijn, zodat we er een aantal keer 360° omheen kunnen varen om de afwijkingen te noteren en bij te stellen. Uiteindelijk zijn we drie uur zoet hiermee. Willen is zeer precies! Omdat hij niet uitlegt waar hij mee bezig is, denken we af en toe dat hij een fout maakt. Later als we de ingevulde kompastafel ontvangen zien we dat hij 16 posities heeft gekalibreerd, dus dat duurde wel even. We varen precies om 12.00 (HW) uit en willen over het wantij ten noorden van de kust van Groningen: de VLAKTE VAN OOSTBIERUMdie ieder jaar steeds meer verzand. Eigenlijk zijn we iets te laat en we halen het maar net.

 EEN WANTIJ

is als het ware een “pas op het wad”. Daar waar je in de bergen via het laagste punt naar een ander dal wandelt, ga je op de wadden over een hoogste punt heen en kom je zo in een ander stroom gebied qua eb en vloed. De stroomrichting kentert op het punt waar het water het meest ondiep en de grond dus het hoogst is. Je kunt hier slechts overeen zo rond 2 uur voor tot 2 uur na hoog water. Heb je tot het wantij stroom mee, dan daarna stroom tegen en omgekeerd. Een dergelijke geul wordt gemarkeerd met “prikken”, kleine boomstammetjes met takjes. Dichtgebonden van boven betekent aan stuurboord houden bijvoorbeeld. Ook zijn ze soms versierd met zeewier, vlaggetjes of een half vergaan kerststukje. Het doet me denken aan de markeringen boven op bergen in Nepal, waar ook allemaal vlaggetjes aan hangen.

Later varen we richting Terschelling en ik let even niet op. Enorme klap en een knal: ik blijk vanuit diep water uit de vaargeul gevaren te zijn en tegen de steile wand aangevaren: slechts 1.20 m diep. De klap is het zwaard, dat omhoog slaat en de knal is het hendel bovenop tafel, die er af vliegt! Ik draai direct om; weer een klap en het zwaard slaat weer naar beneden. Meine vloekt. We denken dat alles stuk en gebroken is. Weer terug naar Harlingen?!. Begint een gewoonte te worden, denk ik meteen. Iedere vakantie begint met een bezoek aan de Bijko werf. Even later probeert Meine het zwaard op te halen en alles werkt gewoon. De mechaniek kan dus tegen een dergelijke klap. (Later ontdekt hij wel dat de kunststof ring die het hendel hoog houdt, gebroken is, waardoor nu het tafelblad snel beschadigt. Later, op Ameland maakt een monteur van RVS een nieuwe buis die past. Opgelost, maar wel weer iets om voorzichtig mee te zijn). Om 16.00 uur komen we aan in Terschelling en ik meer de boot af naast een catamaran “De Beagle”. Dat blijkt een mooi toeval te zijn, want de opvaarders, Joost, Suska van Puijenbroek en hond Trui blijken fervente Zwedengangers te zijn. (jsbeagle@xs4all.nl) Dit jaar kunnen ze niet vanwege familieomstandigheden. Ze overladen ons, in de goede zin van het woord met allerhande informatie, bijvoorbeeld een kleurenprintje van de VHF-Kartan 2009, waar alle VHF kanalen van alle havens in Scandinavië op staan. Ook de tijden van de weerberichten. Bovendien een paar interessante websites: www.stockholmradio.seen het VHF kanaal van een Duitse hobby weerman: DP07.

Logstand 2561. Woensdag 30 juni: Nog een beetje buikpijn.

We varen via de wantijen richtingAMELAND.We vertrekken om 10.00 uur. Daarvoor ben ik om 7.00 uur opgestaan om hard te lopen. Dat heb ik de laatste tijd veel te weinig gedaan. Ik haal dan ook maar net 2×15 minuten met 10 minuten rust er tussen, maar het is wel heerlijk. Het is prachtig weer. Klein windje en zon. Bij Terschelling gaan we direct bakboord uit in Oostelijke richting via het OOSTEROM.  We halen het gemakkelijk. Eindelijk kom ik tot rust en wordt varen weer spelevaren. De dagen hiervoor was ik zenuwachtig, brok in mijn maag en gewoon een beetje bang. Nog helemaal niet gewend aan varen en onze boot. Alle routines van het varen zitten er nog niet in. Vanmorgen zelfs echt pijn in mijn buik. Dan eindelijk in de rust van het Wad, de vogels en de zeehonden, voel ik me ontspannen worden. Letterlijk zelfs, want is ga naar de WC en ik “laat een heleboel los”. Ook de verstopping waar ik de laatste dagen tijdens het werken last van had.

Na het wantij een stukje BLAUWE BALG en via de betonning onder HET RIFdoor. Het weer is echter niet rustig genoeg om droog te vallen of voor anker te gaan. We besluiten naar de haven van Ameland te gaan. We varen overigens de gehele dag op met een andere Jeanneau, die blijkbaar ook kan droogvallen.  Bovendien kent de schipper het wad blijkbaar heel goed, want hij kruist ver buiten de vaargeulen. Via de BALLERMERBOCHTvaren we richting de haven. Er liggen zeehonden op de VRIJHEIDSPLAAT. Vlak voor de haven moeten we even goed doorvaren (rond de 3000 toeren) om voor de veerboot te blijven. Even later gaat het alarm af ten teken dat de motor te warm wordt. Met minder toeren houdt het alarm snel op. Maar toch geen fijne gedachte zo voor de tocht door de Duitse Bocht. Meine belt direct naar de havenmeester en die heeft een adres van een monteur (Willibrord Kiewiet) bij de benzinepomp. Hij komt morgenvroeg even langs. We varen om 16.30 binnen na 31 mijl te hebben afgelegd. In de haven meren we af naast de andere Jeanneau en maken een praatje. Ze waren wel zo eerlijk om te vertellen dat ze wel een paar keer vast hadden gezeten. De  volgende ochtend vraagt hij hoe wij aan dat “handige tafeltje” komen: eigen bedenksel/maaksel? We besluiten maar weer even uit eten te gaan in De Nes. We eten bij een tentje (Nescafé) waar veel mensen zitten. De kwaliteit overtreft onze verwachtingen en de muziek ook: Deep Purple, Cuby & the Blizzards, etc.

Logstand 2561. Donderdag 1 juli: Een warmlopende motor en toch weer een ontbrekende kaart.

Weer mooi weer. Samen met Meine ga ik weer hardlopen. Vervolgens boodschappen gedaan bij de grote supermarkt en eerst even naar de VVV die direct aan het begin van het dorp zit. Geld gepind bij de ING en direct ook even naar het saldo gekeken. Valt mee. Bij de VVV een Wifi saldo gekocht voor straks aan boord. Intussen haalt Meine diesel en gaat aan de slag met de monteur. Deze vermoedt dat het de thermostaat is. Meine haalt deze eruit en Willibrord zal ‘s avonds thuis testen. Vervolgens een nieuwe bestellen, die dan morgenochtend met de boot van 10.15 uur op het eiland kan zijn. Ik ga onze huishoud rekening raadplegen, getijdenstanden downloaden via www.filo.nl, weersberichten opvragen over de Duitse Bocht via www.windguru.com. We besluiten vandaag ook te gebruiken om ons voor te bereiden op de overtocht naar Cuxhaven. Ook al hebben we het eerder gedaan, de routine zit er nog niet in! Zo ontdek ik dat ik de 3014 kaart mis, die het laatste stuk tot Cuxhaven aangeeft. Toevallig, dat heb ik weer, is inmiddels een OVNI, (de Thalatta uit TEXEL) langszij gekomen en ik mag de nieuwe kaart van Henk even lenen. Ik gebruik de tijd om van alle belangrijke boeien de Waypoints uit te rekenen en deze in onze plotter te zetten. Dan hebben we in ieder geval iets. Op Nordeney, we hebben inmiddels besloten niet in één keer naar Cuxhaven te gaan, kopen we dan wel een kaart. Leuk trouwens om eens naast een OVNI te liggen. Dat was mijn grote wens voordat we de Ithaka kochten. Eigenlijk nog steeds wel een beetje, maar nieuw te duur en tweede hands niet te vinden, althans niet in goede staat. Onze buren varen veel en ver. Het zijn beiden wetenschappers verbonden aan een instituut op Texel en doen zeebiologisch onderzoek. Aangezien ze op output worden “afgerekend” kunnen ze hun tijd redelijk vrij indelen. Ze zijn tevreden over hun schip, hebben het al 11 jaar, maar het heeft wel een paar jaar geduurd, voordat het helemaal in orde was. Inclusief rechtszaken.

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 1

Maandag 5 juli 2010; Kielerkanaal, Flernhuder See (54°20’52N/09°57’78E): Logstand 2760. Gevaren: 280 mijl.

KIELERKANAAL, FLERNHUDER SEE. Rustig voor anker met nog zes andere jachten, zit ik buiten aan mijn nieuwe tafeltje aan dit verslag te werken. Handig trouwens dat met deze sterke motor, ik via een transformator op mijn laptop kan werken, zonder dat de batterij snel op gaat. Om me heen hoor ik de vogels fluiten. Het is hier (SLEESWIJK-HOLSTEIN) een bosrijke omgeving en het is apart om tijdens het varen steeds de zingende vogels te horen. Nu bijvoorbeeld hoor ik een Koekoek. Vandaag nog een enorme regenbui gehad. De eerste deze vakantie volgens mij. Ik had net een uurtje geleden gedacht: het schip wordt te vies en we krijgen te weinig water over.

Wat vooraf ging: Logstand 2579. Vrijdag 2 juli: Max op het Wad.

We vertrokken om 12.00 uur uit Ameland. We moesten nog wachten op Willibrord. Er was geen nieuw onderdeel meegekomen, maar tijdens het testen bleek de thermostaat precies op de norm te functioneren. (bij 70°C koelen) Bovendien kunnen we ook zonder, maar dan koelt de motor continue. Dat is niet erg, tenzij in de winter wanneer het koud is en de motor direct na de start die koude te verwerken krijgt. Ook heeft hij nog even een RVS buisje gelast voor de kiel en levert hij ons 15 liter extra koelvloeistof. Alle kosten bij elkaar opgeteld: 45 euro. We ronden maar af naar boven. Eerst was het plan om via SCHIERMONNIKOOG naar buiten te gaan en vervolgens richting Duitsland. Nu zijn we wat aan de late kant. We varen dus via het wad en twee wantijen naar Schier. Wederom een mooie tocht. We naderen het eiland ongeveer twee uur na hoogwater en besluiten te ankeren op ongeveer 1,50 meter, zodat we wel droogvallen, maar toch redelijk snel kunnen vertrekken. We kiezen een plek in het verlengde van de vaargeul, net na de gele ton. Snel even zwemmen, vanwege de warmte. Meine kan “lopen” en ontdekt dat er op 11 meter afstand (onze bootlengte), zo’n 30 cm hoogteverschil is op de bodem. Om niet geheel scheef te liggen, hijsen we snel het anker en gaan ietsje verder. Als we later droog liggen blijkt dat een goede beslissing: we liggen net naast een geultje.

Max uitlaten op het wad blijft leuk: ze wordt guitig en zeer energiek. Ik maak er een filmpje van met mijn nieuwe camera. Misschien ga ik naast dit verslag wel een film maken van deze reis. Later zet ik nog even de radio aan: tijdens de WK wint Oranje van Brazilië met 2-1. Dat had ik niet verwacht. Dinsdag spelen ze dus de halve finale.

Logstand 2639. Zaterdag 3 juli: Het anker op tijd opgehaald.

Uiteindelijk kunnen we toch pas om 12.45 uur weg. … én dan nog met gebruik van de motor om de boot van de bodem te schuiven. Gelukkig hebben we er wel aan gedacht om vanmorgen het anker al op te halen, toen we droog lagen. Hadden we dat niet gedaan, dan zouden we bij het anker ophalen de boot nog meer het wad op getrokken hebben. Vandaag varen we naar NORDENEY.Nog steeds mooi weer, maar wel te weinig weer, dus steeds de motor bij om een gemiddelde van 5 knopen te halen. Prima tocht zonder veel bijzonderheden. Om 22.45 varen we de haven binnen. Het is nog net licht. Het was een snelle tocht: 60 mijl in 10 uur. De haven is geheel vol, maar we kunnen naast een Nederlands motorjacht. De bemanning bestaat geheel uit mannen, drie ouderen en een jonge knul. Ik vermoed, dat de dames pas later aan boord komen. Ik mag nog even hun kaart lenen, want een nieuwe kopen lukt nu niet meer. Ik maak van de relevante onderdelen foto’s en zet die op de laptop. Zo heb ik naast mijn Waypoints toch een overzicht van de kaarten. Ik krijg trouwens de indruk, dat ze het maar gek vinden, zo zonder een kaart. Is het natuurlijk ook en niet verantwoord, maar het weer is goed en bestendig. Bovendien heb ik de koersen per Waypoint ook op een ouderwets papiertje geschreven. Dus, als de stroom uitvalt, dan werkt dit, samen met het kompas ook goed.

Logstand 2715. Zondag 4 juli. Eindelijk weer eens een Wiener Schnitzel.

Ik word vroeg wakker en sta om 6.30 uur op. Snel even douchen aan boord (wat een luxe toch nog steeds), Max uitlaten en richting de haven lopen voor informatie betreffende HW en stroming bij Cuxhaven. Ik kom een Nederlandse vrouw tegen, die me vertelt, dat als we nu (ongeveer 1,5 uur na HW) vertrekken we t/m BRÜNSBÜTELstroom mee hebben en dus varen we om 7.15 uur uit. Ontbijten doen we terwijl we varen. Ook dit is weer een mooie tocht. Warme wind mee, maar te weinig, dus steeds de motor bij. Geen problemen met warm lopen trouwens, maar we varen dan ook niet boven de 2700 toeren. Als we “van de kaart afvaren” kijk ik nog één keer op de laptop. Het zicht is echter zo goed (onderweg zie ik zelfs HELGOLANDliggen, 15 mijl verderop) én er varen wat jachtjes voor ons, dat we zonder problemen Cuxhaven bereiken. En inderdaad met stroom mee, dus we varen door tot BRÜNSBÜTEL.Om 21.00 uur liggen we voor de sluis: 76 mijl in 14 uur. Een uurtje later mogen we erdoor en even later liggen we in het haventje achter de sluis naast een Nederlandse Schokker. Onderweg op de Elbe, heb ik al gedoucht, dus we gaan direct aan wal om nog snel even ergens te eten. Nu nog koken vind ik wat te veel. Naast de haven is een tentje. Als ik vraag om we nog wat kunnen eten (om 22.20 uur) vraagt het meisje in de keuken of dat kan. Ze krijgt min of meer op haar kop: natuurlijk kan dat, want ze sluiten pas om 22.30 uur. In Nederland zou dat wel anders gaan en de keuken al lang gesloten zijn. Heerlijk een Wiener Schnitzel gegeten: traditioneel het eerste dat ik in Duitsland eet, als ik er kom.

Logstand 2760. Maandag 5 juli: Een extra voorraad Wijn.

Weer vroeg wakker, ook al heb ik het gevoel veel langer te kunnen slapen. Echter onze achterbuurman wil om 08.00 uur vertrekken en dan moeten we wat plaats maken. Als ik even later in de kuip kom, is dat schip nog in volle rust. Nou ja, gaan we wat eerder op pad. Gisteren hebben we al afgerekend, maar ik ga nog even vers brood en andere boodschappen halen. Ook nog wat witte wijn. Meine haalt bij de Aldi nog wat rode Dornfelder voor 2,80 euro per fles. Straks in Zweden zal het onmogelijk zijn om wijn te kopen. Daarna nog even diesel en water bunkeren en om 11.45 varen we. Rustig door het kanaal, heel af en toe de Genua er bij en zo belanden we in dit rustige See’tje, waar we nu liggen. Meine gaat zojuist nog even roeien om te verkennen of “alles wel pluis is” hier. Ik ben nu klaar met het verslag en ga lekker van de rust genieten. Het is 21.30 uur en nog vol op licht.

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 2

Vrijdag 9 juli 2010; Varend door de Langelands Belt, (54°53’83N/10°57’84E): Logstand 2834. Gevaren: 354 mijl.

Vanmorgen om 8.30 uur vertrokken vanaf onze ankerplaats bij het eiland ENEHØJE.Het is al weer mooi weer. Gisteren realiseerde ik me dat we tot nu toe alle dagen buiten hebben gegeten. Het nieuwe tafeltje komt dus goed van pas.

Ik pak de draad van dit verslag weer op op: Logstand 2799. Dinsdag 6 juli: De eerste van een hele reeks “No Fix” van de GPS.

Een prachtige rustige nacht gehad op anker plaats 2 op de Flernhuder See. Meine heeft gisteravond het gehele meer verkend tot aan het eind. Het was redelijk saai, gaf hij aan; veel riet en verder niet veel. Nu eerst zwemmen. Maar weer eens 10 rondjes rond de boot plus bijboot, is ongeveer 300 meter. We hebben wat uitgeslapen tot 09.00 uur. Vannacht om 4.45 wakker van Max. Ze moest eerst drinken en haar bak stond nog buiten. Vervolgens plassen. Allemaal onze eigen schuld. We hebben haar gisteravond laat niet meer uitgelaten. Bovendien kreeg ze een stukje verse worst en die was ook te zout > dus veel drinken. Uiteindelijk plast ze in de kuip en hoeven we niet met het bootje naar de wal. Vandaar dat ik nu maar lang met haar ga lopen. De kaart geeft aan dat er een wandelpad is. Dat klopt, eerst door het bos en vervolgens langs een “Moor”. Totaal een uurtje, want we willen natuurlijk ook varen! Ik krijg nog net even een buitje op mijn kop, maar droog snel door de warmte.

Het is nog maar een klein stukje op het kanaal. Overigens krijg ik hier regelmatig op de GPS de aanduiding “No fix”; geen verbinding met de satellieten. Ik maak me niet ongerust en vermoed dat het te maken heeft met de apparatuur van sommige grote schepen, die ons passeren. De GPS heeft het immers tot nu toe goed gedaan. Het is me zelfs gelukt om een route te maken van Nordeney naar Cuxhaven en de boot ook volgens die route te laten varen! Dat is op zee bij een lange tocht wel handig. Toch blijven uitkijken, want soms heb ik zo precies de Waypoint bepaald, dat we bijna op een boei varen, en die zijn heel groot op zee. Waarschijnlijk kun je aangeven op welke afstand je een Waypoint wilt passeren. Dat zoek ik later wel uit.

Om 13.00 zijn we bij de HOLTENAUER SLUIS en we kunnen direct door varen. Ik ben precies klaar met het maken van een verse lasagne schotel voor vanavond. Die hoeft dan alleen nog in de oven, als we laat aankomen en dat scheelt weer. Na een lange dag varen is koken soms vermoeiend en in wil ook niet iedere keer uit eten. Er liggen aardig wat scheepjes te wachten, dus we hebben geluk. Direct na de sluis varen we door richting de Oostzee. Het lijkt wel een mooi doel om naar GEDSERte varen. Onderweg blijkt echter dat er weinig wind is en dat dit te lang gaat duren, dus ik stel mijn doel bij: RØDBY HAVN lijkt wel aardig. Ook dit stellen we bij, er is nu helemaal geen wind meer. Dan dus naar BAGENKOP op het eilandLANGELAND. Motor aan, zeilen naar beneden en doorstomen. Na verloop van tijd komt er toch weer wind en de zeilen kunnen weer bij. De motor kan zelfs uit. Vanuit het Noord Westen komen een paar buien met wind aan. Uiteindelijk WK 5+ en we stuiven over het water. (Max. 8 knopen). De wind is west en de haveningang ligt hierdoor aan lager wal. Via een storm rondje en een snelle actie van Meine om de zeilen de strijken, vaar ik om 19.00 uur veilig de haven binnen. Er staan wat mensen te kijken, die hun duim omhoog steken. Altijd leuk. In de haven nog precies één plekje met de kop op de wind in een box naast een ander jacht. We passen er precies in. Veel hulp van anderen om de boot snel vast te leggen en naar de kant toe te trekken, zodat we er ook af kunnen. Daarna direct de oven aan en 30 minuten laten zitten we aan tafel van een heerlijke lasagne schotel te genieten. Ik voel me even “super-woman”; met veel wind de haven binnen varen en dan snel eten op tafel. Later nog een lange wandeling gemaakt richting de zonsondergang. Prachtig zo door het wuivende jonge groene graan.

Logstand 2827. Woensdag 7 juli: Een plan is er om bij te stellen.

Vertrokken om 10.30 uur. Ons plan is naar het kleine bijna onbewoonde eiland VEJRØ. Ook dat blijkt een haven te ver. Weer weinig wind en als we de punt van Langeland gerond hebben, blijken we behoorlijk stroom tegen te hebben. Dit is de aanloop naar de Grote Belt en daar is vaak stroom, maar volgens het boekje pas vanaf WK 4. Het is wel een mooie koers voor de spinnaker. We spreken vooraf de procedure goed door gezien onze ervaring vorig jaar bij Borkum. (schoot in de schroef). Dus geen knopen in de schoot, zodat hij uit de blokken kan en niet als een grote lus achter het schip en dus in de richting van de schroef kan drijven. Zeil handschoenen aan en de stuurautomaat aan, zodat ik me kan concentreren op de schoten. En opletten dat de schoten niet verwikkeld raken rondom de as van het stuurwiel. Alles gaat voorbeeldig en we doen 20 minuten over de gehele procedure. De snelheid verdubbelt. Inmiddels heb ik de koers verlegd richting SPODSJBERG,een haven aan de oostkant van Langeland. We varen lekker, maar wel met stroom tegen. Na een tijdje besluit ik nog eens naar de kaart te kijken en een paar detail kaarten er bij te pakken het blijkt dat er bij het eiland Lolland (ja echt, die naam bestaat!) een baai ligt waar we kunnen ankeren. Dat doen we veel liever. Bovendien is de afstand gelijk. We zijn inmiddels op de goede positie gekomen om de koers te wijzigen. Wel even opletten op de vaarroute, want er varen hier ook nog grote schepen richting de Grote Belt. We varen nu halve wind met een lekker gangetje. We kunnen nog een heel stuk zeilen in de vaargeul en om 16.30 uur ankeren we bij het eilandje ENEHØJE.Door de stroom tegen blijken we totaal 5 mijl minder gevaren te hebben. Prachtige plek hier bij dit eiland en na het eten ga ik nog even met Max de wal op. Ook hier heeft men een wandelpad gemaaid door het gras en dat is heerlijk lopen. Als ik bij het hogere gedeelte kom, zie ik met hun koppen in de zon 7 herten boven het gras uit steken. Ze hebben me niet in de gaten en langzaam benader ik ze. Gelukkig heb ik de verrekijker bij me. Een prachtig gezicht… en vanmorgen zei ik nog bij wijze van grap: “Nog weinig reeën gezien, deze tocht!”

Logstand 2827. Donderdag 8 juli: Een dagje op een mooie plek en een beetje klussen.

Als ik wakker word, weet ik het al. Hier blijven we een dagje. Na 10 dagen steeds in touw is een rustdag op een dergelijke mooie plek wel lekker. Het wordt een dag van kleine klusjes: Meine verwijderd m.b.v. een RVS ring een piep bij de giek. Ik plaats eindelijk mijn netje in het pannenkastje, zodat daar de deksels in kunnen en het onderin het kastje niet meer zo’n rommel wordt. Ik doe verscheidene wasjes met zeewater en spoelen achter de boot. Niet schoon, maar fris, zoals mijn moeder altijd zei. Ook alle lakens en de handdoeken zijn binnen een mum droog. ’s Middags lekker in de zon gelegen en ’s avonds de restjes gegeten. Samen met Meine en Max nog een wandeling over het eiland: reetje met jong gezien.

Woensdag 14 juli 2010; Hasle, eiland Bornholm, (54°53’83N/10°57’84E): Logstand 2988. Gevaren: 508 mijl.

HASLE, EILAND BORNHOLM. Vandaag een heerlijke dag gehad op dit eiland. De zon schijnt nog steeds fel en er is nog steeds weinig wind. Daarom hebben we besloten om vandaag met onze nieuwe fietsjes Bornholm te verkennen. Het was prachtig. Mooie kleine haventjes; we deden het rondje BORNHOLMdus op de fiets, prachtig binnenland. Overal jong groen graan, waar fietspaden doorheen gaan. We deden het wel weer op onze manier; dus niet even een uur of twee, maar zeven uur op pad en ruim 50 km afgelegd en dat op fietsjes met kleine bandjes, maar gelukkig wel met zes versnellingen. Eerst langs de kust naar het Noorden, waar we langs een paar kleine haventjes kwamen. Zeer idyllisch en rustig. Toen omhoog naar een oude Vikingen burcht: HAMMERSHUS. We bezochten deze niet vanwege te veel touristen. Daarna richting SANDVIG enALLINGE. In deze laatste haven was het jaarlijkse Jazz festival, net zoals in Enkhuizen, oude Jazz dus, maar veel kleinschaliger. Het haventje lag propvol met jachten, waar je dus niet zo snel weer weg zou kunnen. Een uurtje van de muziek genoten, biertje gedronken en toen weer verder. Via de haventjes SANDKÅS enTJEN bij het Kunstmuseum het binnenland weer in. Daar viel de trapper van de fiets van Meine, want hij zat scheef en de schroefdraad was kapot gegaan. Met behulp van een Zweed die een Bahco leende provisorisch kunnen repareren. Toen weer door richting via een prachtig pad door de natuur. Bij KLEMENSKERafgeslagen richting HASLEen om 18.30 uur waren we weer bij de boot. Max was de dag ook  goed door gekomen. Voor we weg gingen, hadden we haar veel water gegeven en de boot open gelaten. We lagen naast een ander Zweeds schip, dus niet direct aan de kade en durfden het wel aan.

Zoals ik al aangaf, is er de afgelopen tijd weinig wind geweest. Dus hebben we veel de motor bij moeten zetten. Dat is niet zo leuk, maar het is niet anders. Ook al laten we ons meer als drie jaar geleden met de IJsvogel, voeren daar waarheen de wind waait, als er geen wind is, kun je moeilijk in de haven blijven liggen. Overigens zijn we door het volgen van de wind wel op Bornholm beland.

Hoe dat ging volgt hieronder. Logstand 2875. Vrijdag 9 juli: Een eiland met de naam “Lolland”.

Na het zwemmen, vertrekken we om 8.30 uur naar het Noorden om het eiland Lolland heen en door het SMÅLANDSWATERrichting STUBBEKØBBING. Wederom een tocht met weinig wind. We proberen het drie maal met de spinnaker, maar zelfs daar is te weinig wind voor. Als er dan eindelijk wind komt, is het pal tegen en de vaargeul is te smal om te kruisen. Om 18.30 komen we aan in het haventje. Klein, met palen dicht op elkaar en de meeste boxen dus te smal voor ons. Ik vind een plekje waar geen paal staat en met het nodige gepruts (eerst de voorpunt vast, met aan de verkeerde achterpaal een lijn, vervolgens met het bootje een andere lijn naar de goede paal gebracht, die er met de lus omheen moest omdat de afstand te groot was en toen we eenmaal lagen alsnog de lijnen kruislings gelegd, met oog op de wind) In het plaatselijke hotel lekker gegeten en daarna nog wat foto’s gemaakt van de kleine vissersbootjes.

Logstand 2895. Zaterdag 10 juli: Omhoog fietsen naar de klif; iets te heftig voor onze fietsjes?

08.00 uur op. Eerst boodschappen gedaan. Dat was weer even nodig na een week. Toen om 10.45 richting KLINTHOLM. Een kort, heet tochtje, waar we toch weer de motor bij moesten zetten. We komen om 16.00 uur aan. Leuk klein haventje. Vol, maar ik vind nog een plek, precies tussen twee andere jachten. Vroeg gegeten, om vervolgens op onze fietsjes richting MØNS KLINTte fietsen 

MØNS KLINT

De klippenvan het Deenseeiland Mønworden Møns Klint. genoemd. Over een lengte van acht kilometer eindigen de bossen van Møn abrupt met krijtrotsen in de Oostzee. Deze krijtrotsen vormen Møns Klint. De rotsen bereiken op hun hoogste punt een hoogte van 143 meter. Het kiezelstrand is bereikbaar via een aantal steile trappen, ieder met enkele honderden treden. Het strand betreden is niet geheel zonder risico, want regelmatig breken er grote stukken krijtrots af en verdwijnen in de zee. Met goed zicht zijn de klippen te zien vanaf Hiddensee in Rügen.

Dat blijkt nog een aardig lange tocht, redelijk omhoog. De klif bestaat uit witte krijtsteen, zoals de kust van Engeland en het hoogste punt is 128 meter. Het schijnt heel toeristisch te zijn, maar als wij er komen, is er bijna niemand meer. Mooi bos en heerlijk rustig met prachtige uitzichten. Rond een uur of negen zijn we weer terug. We gaan nog even bij de pizzeria zitten om een pizza te bestellen om mee te nemen. Als we dan morgen weer laat aankomen, is het eten snel klaar. We maken kennis met een leuk Deens stel, dat ook met de boot op pad is.

Logstand 2954. Zondag 11 juli: Een saaie tocht, maar wel de Zweedse vlag in het want.

We staan vroeg op en varen om 9.30 uur richting YSTAD.Eerste varen we langsMØNS KLINTen dat is prachtig. Daarna is het één lange rechte koers van uiteindelijk 59 mijl. Het is een saaie tocht met een rare wind. Het begint hoopvol, kracht 3. Dan valt de wind geheel weg en varen we op de motor. Na verloop van tijd begint het te waaien tot windkracht 3,5 en uit de goede hoek. Dus we zeilen lekker. We zetten ook nog even de Spi bij, maar daar is de koers te scherp en de wind de sterk voor. Wel varen we een aantal uren heerlijk. Dan is het weer ineens voorbij. De wind zwakt af naar nog geen drie knopen en draait vervolgens een aantal maal. Onderweg gaat de Deense vlag naar beneden en hijst Meine de Zweedse. Uiteindelijk komen we om 19.40 uur in YSTADaan. De haven ligt vol, maar we vinden nog een plekje langszij. De pizza in de oven en salade er bij gemaakt en we genieten van de mooie avond net op de achtergrond geluiden van babbelende mensen. Als we net aan tafel gaan, begint het enorm te regenen. Voor het eerst deze vakantie, eten we binnen.

Logstand 2954. Maandag 12 juli: Tackel & Täg.

We besluiten vandaag hier te blijven. Het is heet en er is geen wind. Eerst het zonnetentje opgezet, toen Zweedse  kronen gepind. Wasje gedaan in de wasmachine en vervolgens naar de stad. Dit is de stad waar de Wallander-serie wordt opgenomen en er is zelfs een folder van. Ik herken geen enkel plekje, maar wel de scènes uit de folder. Voor we deze oude Hanzestad gaan bekijken eerst nog even naar de plaatselijke watersport winkel om ons trapje/stootwil te laten opblazen. We komen in een soort Winkel van Sinkel, “Tackel & Täg”, maar dan voor de watersport. Volgens mij hebben ze alles en daarbij nog veel antiek. Alles is te koop. Ik vind zowaar het boek “Ankerbuchten in den ostschwedischen Schären”, waar ik naar op zoek was. Het is in 1989 geschreven door een Duits echtpaar dat jarenlang het gebied verkend heeft. In dit boek wordt de winkel trouwens beschreven. Zo is de cirkel weer rond! Daar naast koop ik een bol echt touw, zomaar voor de heb en omdat het zo lekker naar teer ruikt. Ook kopen we een leuk olielampje voor ’s avonds. Meine vindt op een rommelhoop een derde mokhouder voor in de kuip, weliswaar zonder bevestiging materiaal, maar dat improviseren we wel. (We hebben er twee, maar in één daarvan staat nu steeds een fles Spa). Daarna terug naar de boot om onze schatten op te bergen. Dan weer richting het stadje, maar eerst maar even lunchen bij het restaurant aan de haven, heerlijke vis en een salade buffet. Dan toch even naar het stadje. Het is er echter zo warm en druk met winkelende mensen, dat we alleen het hoognodige doen. Meine koopt op mijn aandringen een korte broek. Hij heeft er maar één bij zich en dat is wat weinig met dit mooie weer. Op de terugweg ga ik nog even naar T&T om foto’s te maken. Als ik binnenkomt, komt de vrouw direct naar me toe: Ze heeft het bevestigingsmateriaal. We borrelen op de boot en gaan later nog even de stad verkennen. Mooie oude huizen, een tot hotel verbouwde brouwerij, waar we op de binnenplaats een biertje drinken en aan het eind van de binnenstad een klooster met een mooie tuin. Het valt me op dat veel van de planten ook bij ons in de tuin staan. ’s Avonds in de haven Caribische sfeer, niet alleen door de warmte, maar ook door een bandje dat speelt. We liggen nu in een box, waar we vanmorgen vroeg zijn ingevaren, toen deze vrij kwam. Leuke gesprekken met onze buren van beide kanten. Aan stuurboord een Duits stel met een Sun Beam 39, een prachtig schip. Hij is vooral geïnteresseerd in mijn camera. Vooral het filmen lijkt hem geweldig. Ik laat nog even het verslag van Denemarken zien. Zoiets zou hij ook wel willen maken. “Je hebt nu tijd”, zegt zijn vrouw. Waarschijnlijk met pensioen, zoals velen die we ontmoeten en die de tijd aan zichzelf hebben. Ik begin dan ook direct te denken: “wat kan ik doen om op mijn zestigste te kunnen stoppen”? Meine heeft nu pensioen en zijn inkomsten vallen niet tegen. Totdat natuurlijk blijkt dat er een foutje gemaakt is en de volgende maand een veel lager bedrag binnenkomt. Afijn, we zien wel. Aan bakboord ligt een stel dat hun schip net gekocht heeft en haar als vakantie overvaart van Kopenhagen naar Stockholm. Ze moeten nog erg wennen.

Logstand 2988. Dinsdag 13 juli: De koers verleggen geeft een mooi resultaat.

We vertrekken om 09.00 uur richting UTKLIPPAN, een piepklein onbewoond eilandje met een haven. Er zijn geen voorzieningen en het ligt midden in de natuur en tussen de zeehonden. Iedereen heeft het er over, dat je daar een keer gelegen moet hebben. Het is een heel eind en betekent wel een nachtje doorvaren. Omdat het omgeven is door rotsen, willen we wel met daglicht aankomen. Dat betekent rond een uur of 04.00. (het is hier namelijk al weer veel eerder licht én later donker dan in Nederland). Echter als je zo vroeg komt ligt de haven nog vol, volgens de ervaringsdeskundigen. We besluiten toch gewoon te gaan varen en niet veel te plannen. We zien wel! En inderdaad de windrichting is zodanig dat we alleen maar voor de wind rollebollend vooruit komen. Dat is altijd een heel vervelende zeeziektebevorderende koers. En dat 70 mijl aan één stuk, lijkt ons niet zo prettig. Ik verleg de koers iets meer naar het Oosten, waardoor we scherper kunnen varen. Het wordt dan wel een korter tochtje (35 mijl), want we botsen als het ware tegen het eiland BORNHOLMaan. Wel zeilen we heerlijk, zonder de motor aan. Daar hebben we dus achteraf helemaal geen spijt van, gezien de beschrijving van onze dagtocht van 14 juli hierboven. In deze vooral vissershaven liggen maar een paar jachtjes. Het is heerlijk stil. Ik maak nog wat foto’s en een filmpje van vissersbootjes met wapperende visstok vlaggetjes.

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 3

Zaterdag 17 juli 2010; Varend door de Kalmarsund, (56°19’23N/16°13’01E): Logstand 3095. Gevaren: 615 mijl.

KALMARSUND.Ik zit hier nu binnen aan dit verslag te werken. Er is bijna geen wind en pal Noord, dus tegen. In de verte onweert het zich en de buit trekt deze kant op. Meine doet zijn pak aan en zit buiten onder de buiskap. Het regent. De boot vaart op de stuurautomaat en ik houd hier aan de kaartentafel een oogje op de GPS. Die stuurautomaat is in dit soort omstandigheden wel fijn. Inmiddels heb ik de GPS ook zover “onder controle”, dat ik probleemloos (?!) routes en Waypoints kan definiëren, die de stuurautomaat overneemt. Je hoeft dan niet niet in de volle regen te staan. Overigens is Meine zojuist begonnen met het schoonmaken van de kuip. Dat was hard nodig en nu wordt het vuil door de regen geweekt. We varen dus wel weer op de motor. De tellerstand daarvan is op dit moment 546 uren. Dat betekent dat we deze hele vakantie, nu bijna drie weken, bij elkaar ongeveer 95 uur op de motor gevaren hebben. Dat is behoorlijk veel. Te veel, naar onze mening. Het is echter niet anders, want bij gebrek aan wind, willen we ook niet in de haven blijven liggen. In ieder geval schieten we vandaag dan wel weer op.

Overigens is deze manier van reizen, wel echt een trektocht. Ook al hebben we een doel; we willen namelijk naar het Noorden, de weg er naar toe is inmiddels compleet anders dan we hadden kunnen voorzien. Zo zijn we bijvoorbeeld meer in DENEMARKEN geweest dan we gedacht hadden. We voeren door het SMÅLANDSWATERin plaats van onderlangs via GEDSER,we kwamen op BORNHOLM, terwijl we dat juist niet van plan waren en in UTKLIPPANzijn we niet geweest. Tot nu toe althans. En dat is nu precies het mooie! We doen de naam van onze boot eer aan. Net zoals de boeddhistische spreuk: “There is no road to happiness. Happiness is the road”. Onze boot Ithaka is de reis zelf.

Hieronder volgt een beschrijving van de afgelopen dagen: Logstand 3053. Donderdag 15 juli. Ons eigen Volvo Ocean moment..

Vandaag begon bewolkt, maar ook nu klaarde het snel weer op. We vertrekken om 09.00 uur richting “we zien wel!”. De wind lijkt gunstig, komt in ieder geval uit de goede hoek. Bij de punt van het eiland BORNHOLMgekomen, valt ze weer helemaal weg. Dus de motor aan. Na een tijdje iets meer en kan de Genua er weer bij. Weer wat later besluiten we de Spinnaker te zetten. Voor de wind, met uiteindelijk wel de boom erin. Dat helpt. De motor kan uit en we halen 6 knopen. Weer wat later beleven we ons eigen “Volvo Ocean” moment als de snelheid 9.1 knopen aangeeft. Dat gaat heel lekker. Spannend trouwens ook. Het schip loopt via de stuurautomaat en op een gegeven moment loopt ze bijna uit haar roer, zo hard gaan. Meine gaat weer handmatig sturen en een kwartiertje later besluiten we de Spi weer te vervangen door de Genua. Het wordt te onstuimig en daarmee riskant. We varen nog een kleine 2 uurtjes heerlijk door. Het plan was om voor anker te gaan in de KARLSKROMA SCHEREN. We hebben echter inmiddels besloten toch in het kleine haventje, direct bakboord uit na de strekdam te gaan. Het wordt te laat en het waait te hard om voor het eerst te anker in de rotsachtige omgeving. Om 21.00 uur leggen we aan in het kleine haventje van DROTTINGKAR. De havenmeester wijst ons plekje. In de haven is het een geplons van jewelste van allerlei visjes die blijkbaar de weg naar buiten niet meer kunnen vinden. Het lijkt wel of we in een vissenkom liggen.

Door al het onstuimige varen, heeft Max het wel zwaar gehad. Ze heeft veel liggen hijgen en daardoor veel water gedronken. Op een gegeven moment ging ik naar binnen en wilde ze uit haar mand. Ze keek heel erg zielig. Gauw heb ik haar aan de lijn in de kuip gedaan en direct deed ze een hele grote plas. De nood was zelfs zo erg dat ze in haar mandje geplast had. Alles, inclusief zij zelf stonk naar de urine. Ik heb haar een tijdje buiten gehouden in de frisse lucht en daar knapte ze wel van op. Later in het haventje heb ik haar gewassen en kon de mand gelukkig in de wasmachine.  Toen Max eenmaal op de wal was, werd het weer een heel ander hondje; levendig en ongehoorzaam: “ik blijf voorlopig aan de wal”.

Tegen 21.00 uur gebeurt wat ik had gelezen over sommige haventjes, maar waarvan ik niet verwachtte dat het in het eerste haventje direct raak zou zijn: een man op een klein jachtje haalt zijn trompet tevoorschijn, speelt een traditioneel deuntje en haalt met enig ceremonieel zijn vlag binnen. Een voorbeeld naar mijn hart, gezien de vele watersporters tegenwoordig die hun vlag maar continue laten wapperen. Dit is trouwens ook direct de laatste keer dat ik dit meemaak.

Logstand 3073. Vrijdag 16 juli. Een wilde zigeunerin samen met haar piraat.

Eerste douchen, boodschappen en water tanken en dan varen we rond 12.00 uur uit. Er staat een stevig windje. Helaas tegen, maar we zijn al blij dat er wind is. We varen voor het eerst tussen de kleine eilandjes en rotsblokken. Spannend en goed opletten. Ik had vooraf niet gedacht om dit met wind en stroom tegen met windkracht 5 voor het eerst te moeten doen. Het went toch wel snel en daar waar de vaargeul breed genoeg is kunnen we kruisen. Om 16.30 uur leggen we aan in het haventje TORHAMN. Ook weer zo klein en met maar een paar jachten. We liggen naast een perfectionistische Duitser, die wil dat we op blote voeten over zijn dek gaan. Vooruit dan maar.

We gaan even uit eten en ik kleed me netjes aan; mijn witte korte broek dus in plaats van de blauwe. Ik loop nu al zo’n week of drie in korte broek. Voor mij is dat het toppunt van vrijheid. We hebben heel weinig kleding bij ons en af en toe doe ik een handwasje. Alweer “niet schoon maar fris” dus. Zonnebrandcrème doe ik al lang niet meer op. De huid droogt uit en herstelt zich vanzelf weer. Gisteren na vier dagen mijn haren gekamd. Dat was nog wel een klus. Meine noemde me gisteravond een “wilde zigeunerin” en ik heb dat als een compliment beschouwd. Hij ziet er met zijn roodbonte zakdoek op zijn hoofd overigens uit als een piraat, dus we zijn wel een kloppend stel volgens mij.

Logstand 3116. Zaterdag 17 juli. Showen met oude Amerikaanse wagens.

We vertrekken om 9.30 terwijl er onweer dreigt. De wind begint goed: Oost kracht 4. Uiteindelijk wordt het toch weer minder en draait ze ongunstig. Het regent veel vandaag. Om 18.00 uur varen we de haven van KALMARbinnen. 55 mijl gevaren. Dit is een redelijk grote stad en ook de haven is een echte Marina, met echte Marina prijzen. Gisteren 14 euro en vandaag 20 euro voor dezelfde faciliteiten. Het heeft vandaag veel geregend en de wind kwam uit alle hoeken. Het laatste stuk konden we nog een beetje zeilen. In ieder geval ben ik nu helemaal bij met mijn verslag. Nu nog een mogelijkheid vinden om te versturen via internet. Ook hier is weer een probleem. Het printertje dat de codes print in het havenkantoor is kapot, dus ze kunnen geen codes afgeven. Morgen proberen bij het toeristen bureau, hier aan de haven. We zijn nu bijna drie weken op pad en hebben 640 mijl afgelegd.

Na het eten zijn we nog even aan de wandel gegaan. Achter het Pakhuset hotel aan de haven is het een drukte van belang. Jong en wat ouder verzamelen zich daar, ik had er over gelezen in mijn Duitse boek, om te showen met oude Amerikaanse wagens, volgeladen met drank en jonge meiden. Ook zijn sommige voorzien van een indrukwekkende geluidinstallatie. Een ieder heeft het naar de zin en de avond is nog jong. Mij viel speciaal een wat ouder en veel te keurig, maar zichtbaar genietend echtpaar op in een felblauwe T-Ford met achterop een rieten kofferset. Kortom, leuk om mee te maken.

De volgende morgen besluiten we toch te vertrekken. Eerst wilde ik de oude stad zien. Dat deed ik om 08.00 uur, want deze grenst aan de haven. Inderdaad mooie oude pandjes, maar allemaal getransformeerd in de gebruikelijke kleding en dergelijke winkels. Aangezien het zondagochtend vroeg was, was het wel lekker rustig. Kortom, we varen uit. Boodschappen en internet komen later wel.

Donderdag 21 juli 2010; Lickershamn, Logstand 3235. Gevaren: 755 mijl.

LICKERSHAMNop het eilandGOTLAND. Lekker buiten in de kuip zit ik te werken aan dit verslag. We zijn hier al bijna twee dagen. Deze haven is een natuurlijk haven midden in de natuur. Rondom de haven wat kleine rode vakantiehutten en verder in het bos wat grotere. Ook is er een klein viskioskje, waar de gehele dag een rij mensen staat voor de ingang om heerlijke gerookte vis te kopen. Ook wij lunchen heerlijk met gerookte garnalen en Aioli saus. Tegenover me ligt een strandje met zwemkade, waar de gehele dag gezwommen wordt. Nu (20.45 uur) is het rustig. Gisteravond kwam een gezin met vier kinderen. De oudste dochter dook veelvuldig in het water, het broertje daarop had het duidelijk net geleerd: hij liet zich heel voorzichtig voorover vallen. Het 2ebroertje was het aan het leren”hij stond steeds keurig in de houding, maar op het laatste moment sprong hij toch het water in. Zijn vader “hielp” hem op een gegeven moment en kieperde hem zo het water in. Dat werkte niet echt. Brullen dus en troost zoeken bij moeders. Overigens toch in alle rust. In Medemblik hoor je vanaf de haven het strandje al op afstand. Hier is iedereen rustig en is het eigenlijk alleen maar prettig. Ook ik duik regelmatig over boord. Soms neem ik Max mee, zodat ze wat kan afkoelen. Echt leuk vindt ze het niet, maat ze knapt er wel van op. Bij mij kwamen herinneringen op over hoe ik leerde duiken tijdens een boot vakantie, toen we in Monnickendam lagen, toen nog zonder de grote haven. Alleen een steiger aan de dijk. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik het eindelijk durfde. Volgens mij hielp iemand me door licht mijn enkels vast te houden. Mooi om te zien, dat dit soort dingen niet verandert.

Wederom weer even verslag van wat vooraf ging. Logstand 3154. Zondag 18 juli. Voor het eerst in het Scherengebied.

We vertrekken dus toch en laten KALMARletterlijk voor gezien. We tanken nog even 101 liter diesel. Dit is al de tweede keer dat we tanken. We hebben dan ook al bijna 100 uur op de motor gevaren. Gisteravond ook het kook gastankje vervangen. We zijn nu over gegaan op een grote nieuwe. Ik ben benieuwd of we het er mee redden de rest van de vakantie. Dat zou mooi zijn, want ik heb ergens gelezen, dat gas vijf maal zo duur is in Zweden dan in Nederland. We hebben trouwens nog steeds voorraad van thuis: bio kwark, kaas, noten, een paar Belgische Bieren, nog enkele flessen goede wijn.

Het plan is om naar FLÅSKÖ SUND te gaan, het eerste “SCHERENPLEKJE”uit mijn Duitse boek dat ik heb geselecteerd. Na Kalmar gaat het eerst onder de 36 meter hoge ÖLANDbrug die het vaste land verbindt met het eiland. We varen uiteindelijk 38 mijl met weinig wind. Het laatste stuk gaan we op de motor dan echt voor het eerst de scheren in. De vaargeul is smal, maar wel diep genoeg. Het is echt prachtig om langzaam langs alle eilandje met zomerhuisjes te tuffen. Uiteindelijk vinden we de bedoelde plek. Toch wel erg handig dat ik kan meekijken op mijn digitale kaart op de GPS. Er zijn zoveel kleine eilandjes, dat je snel de tel kwijt raakt. Op de GPS zie ik precies waar we varen. De plek is inderdaad prachtig. Er ligt één ander Zweeds jacht. Meine wil eerst gewoon op het anker gaan om dan te kijken hoe we dit gaan doen: met een hekanker en de punt op de kant. Een Duitser op de kant geeft advies: direct een hekanker uit en voorzichtig naar de wal, van boord springen met een lijn en de boot zo leggen dat je er nog net op en af kunt stappen. Het moet echt met de punt naar de kant, omdat je anders je roer zou kunnen beschadigen. Vervolgens het hekanker aantrekken. We lichten dus ons normale anker. Het ziet er naar uit dat het vast zit en ik zie een lichte paniek in Meines ogen. Wat nu? Als het echt niet lukt: ankerboei er aan en achter laten en morgen opduiken. Het is hier maar drie meter diep. Maar gelukkig komt het anker toch los. We leggen aan en genieten van dit rustige plekje. Het Zweedse echtpaar is aan het bbq’en en bemoeit zich niet met ons.

Ik ben heel blij met dit plekje en de enige zorg die ik heb, is dat ik vanmorgen wakker werd met enorme pijn in mijn linkerschouder. Zo erg dat ik bijna niet uit bed kon komen. Ik vermoed, dat ik op mijn rug liggend met mijn arm boven mijn hoofd heb geslapen. Gelukkig hebben we goede zalf bij ons.

Logstand 3154. Maandag 19 juli. Het loze vissertje.

Vandaag blijven we hier liggen. De Zweden zijn weg en we hebben de baai voor ons zelf. Bovendien wil ik mijn schouder rust gunnen. Vannacht werd ik wakker van enorme pijn. Pijnstillers hielpen niet en uiteindelijk heeft Meine een warmtepleister geplakt. Dat hielp en ik ben in slaap gevallen. Zwemmen ga ik dus meer even niet. Wel lekker zitten en eindelijk lezen in het zeilboek van Ria en Evert Peelen dat Meine voor zijn verjaardag heeft gekregen. Mooie en aanlokkelijke verhalen. Ik krijg al direct allerlei dromen van: zes maanden vrij nemen, huis verhuren in die periode en dan echt Scandinavië verkennen. Ze zijn wel erg stoer vind ik. Varen altijd uit, maken dagenlange tochten en zetten zelden de motor bij. Mooi om ook hun beginperiode te lezen, toen ze voor het eerst naar zee gingen en al doende leerden. Ze varen nu al 19 jaar op deze manier en hebben inmiddels een 14,5 meter lange aluminium Koopmans laten ontwerpen en bouwen. Dat zit er voor ons niet meer in en dat is ook oké. Ik vind het trouwens al heel wat, deze tocht die we maken.

Meine gaat uiteindelijk vissen. Eerst probeert hij zijn werphengel aan de praat te krijgen, maar het lukt niet. De spoel loopt niet goed en hij besluit verdere pogingen te staken. Het doet mij denken aan 1994 in Nepal, toen mijn camera kapot ging. Uiteindelijk besloten het niet meer te proberen en de camera diep in mijn rugzak opgeborgen. Dit is natuurlijk minder erg, maar een zelfgevangen visje eten zou wel leuk zijn. Hij gaat het nu proberen met zijn normale hengel. Er blijft wel een heel klein visje aan hangen. Dat gebruikt hij als levend aas, maar het levert geen resultaat op. Dan kunnen de vogels het hier beter. Overigens wordt tot twee maal toe een roofvogel verjaagd door meeuwen en kraaien. Eerst een grote Zeearend, prachtig om te zien hoe de drie vogels behendig door de lucht zwenken, en vervolgens een kleine Sperwer.

Aan het eind van de dag lopen we nog een uurtje. Aan de andere kant van “ons” eiland bevindt zich een oude steengroeve met een klein 24uur open museumpje. Daar zien we dat hier steen, of graniet vandaan kwam, dat o.a. gebruikt werd bij de bouw van het concertgebouw van Stockholm.

 Logstand 3237. Dinsdag 20 juli. “Oh, you are from the Dutch Yacht”.

We vertrekken om 9.15 met als doel BYXELKROK op het eilandÖLAND. Vandaag heb ik bedacht dat we nu beter eerst naar het Noorden kunnen gaan en dan alle rust nemen om de scheren van Noord naar Zuid te bevaren. Uiteindelijk moeten we toch een keer terug naar Nederland. We varen lekker en er staat eindelijk een goede wind. Rond 13.00 uur komen we bij het haventje aan. Het blijkt propvol te zijn! Ik had al gelezen dat het druk en toeristisch zo zijn, maar zo erg had ik niet verwacht. Als ik de kom invaar, met een jachtje voor me dat niet kan besluiten, draai ik snel en leg als vierde schip aan naast een Hallberg Rassy. Dat mag niet, want er mogen maar maximaal drie jachten naast elkaar zo dicht bij de doorgang van de havenmeester. Terecht overigens. We besluiten een tussenstop te maken: boodschappen doen, water tanken en Max uitlaten. Drie uur later zijn we klaar. Ik vraag nog even aan de aardige (!) havenmeester om een weerbericht. “Oh, You are the Dutch Yacht”, zegt hij. Dat klinkt natuurlijk wel Cool. Inderdaad zijn we zo langzamerhand steeds het enige Nederlandse schip in een haven. Verder Zweden en een enkele Duitser. Hij neemt me even naar binnen om het weerbericht te laten zien en vertelt dat ze erg streng zijn nu. Een paar dagen geleden was er een aanvaring tussen een zeiljacht en een motorjacht en dat wil hij niet meer. Het is nu echt topdrukte hier. 70 officiële plaatsen en gisteren 150 schepen in de haven. Ik vertel hem van de rode vlag en ketting op Vlieland bij ons (als het daar te vol is, gaat de haven nl. op slot) en volgens mij brengt hem dat op een idee. Ik krijg een officiële handdruk van hem en hij nodigt ons uit om in September terug te komen. Dan is het hier doodstil.

We varen dus door en hebben geen spijt hiervan. Het is een prachtige wind en we leggen 60 mijl af in 11 uur. De nacht is kort. Eigenlijk wordt het niet echt donker. Bovendien staat de maan er ook nog een tijdje bij. Evenals een grote ster in het oosten. Om 01.30 uur begint het al weer licht te worden. Wel is er redelijk wat vracht- en cruise vaart, maar die gaan voor of achter ons langs. Precies als het licht is, varen we de haven van LICKERSHAMNbinnen. Het is doodstil en alle plekken zijn bezet. Meine trekt het zwaard helemaal op en ik meer af aan een zwemkade waar het 1.10 meter diep is. Nog even een borreltje en om 04.30 uur liggen we in bed voor een paar uurtjes. Een geweldige tocht, ook al moest ik weer wennen aan het in het donker varen.

BLÅ JUNGFRUN

 is een onbewoond Zweedseilandje met een oppervlakte van 66 hectare in de Oostzeetussen Smålanden Öland. Sinds 1926 is het een nationaal park. Het hoogste punt is 86,5 meter en van juni tot en met augustus kan het vanuit Oskarshamn bezocht worden. Het eilandje staat onder meer bekend omdat het volgens de mythe verzamelplaats is voor heksen die er op witte donderdagde heksensabbatvieren. Op het eiland ligt een labyrintdat voor het eerst in 1741 door Linnaeusbij zijn bezoek aan dat eiland beschreven werd. Wie stenen meeneemt van het eiland wordt volgens de legende getroffen door ongeluk, aangezien hier de zielen van verbrande heksen in zouden wonen.

Logstand 3273. Woensdag 21 en donderdag 22 juli. Zonnen, zwemmen en terug naar de tijd van het leren duiken.

We blijven hier en genieten van het mooie weer en de rust. Zwemmen, lezen, lekkere vers gerookte garnalen bij de lunch met onze één na laatste fles Duitse witte wijn. In Zweden is alcohol, en daar hoort wijn ook toe, alleen te koop in speciale winkels of in afdelingen van grote supermarkten. Dat hebben we nog niet gezien. Bovendien ook erg duur, vermoed ik. We hebben ook nog wat gefietst. Echter de fiets van Meine is kapot: trapper scheef en eraf. Schroefdraad kapot. Hij kon hier wel een oude groene legerfiets huren, maar omdat we geen kaarten hebben, was het in de warmte alleen maar fietsen langs de autowegen én bovendien zonder doel. Na een uurtje zijn we daarom maar terug gegaan.

Omdat we al een hele tijd geen internet mogelijkheden hebben, maak ik een contact groep aan en stuur naar 18 mensen een sms’je met wat informatie over hoe het gaat. Van een paar krijg ik een reactie terug en dat is erg leuk!

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 4

Dinsdag 27 juli 2010; voor anker,(58°15’7N/18°01’3E):Logstand 3320. Gevaren: 840 mijl.

HARSTENA LAGUNE. Het is wéér mooi weer. Na drie dagen “slecht” weer gaat nu de barometer weer vooruit en is het bikini weer. Vanmorgen dus weer gezwommen en je merkt dat het water na al de regen weer wat kouder is geworden. Toch wel erg lekker hoor. Schoon water, als het niet zo zout was, zou je het kunnen drinken denk ik. In ieder geval was ik mijn haren én onze kleren erin en dat gaan prima. Toen we net in Zweden waren hebben we “Sjö&Hav” gekocht een zout water zeep, waar je je heerlijk mee kunt wassen en die goed is voor het milieu. Mooi weer betekent trouwens ook minder wind.

De pijn in mijn linker schouder is trouwens helemaal weg en dat is wel fijn. Drie jaar geleden heb ik bijna de gehele vakantie last gehad van een pijnlijke plek in mijn bovenrug, die doorstraalde naar mijn arm. So wie so voelen we ons erg gezond. Ik slaap goed, val ook direct in slaap en word amper wakker tussendoor. Dat is wel anders dan thuis. Ook de ingewanden doen het goed. Iedere morgen na mijn grapefruit kan ik naar het toilet. Als het kan in een havengebouw en anders toch maar gewoon doorspoelen in het buitenwater, ook als is het verboden. In Nederland hebben we wel een keer een soort luier gebruikt, die je in de WC hangt en vervolgens dicht vouwt. Vervolgens is het wachten op een afvalplek. Plekken om vuilwater tanks te legen hebben we nog heel weinig gezien. In Nederland is dat ook zo en dat motiveert niet om een vuilwatertank te laten inbouwen, waar ik in principe best toe bereid ben.

Hard lopen komt er overigens niet van. Op de een of andere manier is het daar toch te druk voor. Dat klinkt gek, maar eigenlijk zijn we de gehele dag in touw en als we dan aankomen, moet er nog maar net tijd zijn en ook maar een plek zijn waar het kan. Door een rotsig bosje lopen zie ik niet zo zitten. Zo erg vind ik het niet. Ik blijf redelijk goed op gewicht (heb de weegschaal meegenomen en weeg me 1 keer in de week. Tot nu toe een pond er bij). En trouwens, we zijn de gehele dag behoorlijk fysiek bezig. Eigenlijk altijd wel in de weer. Boodschappen doen, bood af en toe schoonmaken, kleren wassen met de hand en als we echt een lange tocht maken dan zijn we aan het eind van de dag echt fysiek moe.

Meine is nu Max uitlaten. Ze doet het goed en vind het allemaal wel prima geloof ik. Ze eet goed, drinkt veel (te veel?) en ligt vaak lekker te snurken. Ook zit ze regelmatig achter in de kuip op het verhoginkje naar het wel en wee op de wal te kijken. Ze krijgt nog steeds complimenten en mensen zijn zeer verbaasd als ik vertel, en dat doe ik graag, hoe oud ze is. Wel heeft ze af en toe last van incontinentie. Dan is haar mand ’s ochtends nat. We hebben ontdekt wanneer dat gebeurt. Ze wordt wakker, gaat zitten en huppekee, een klein plasje. We hebben nu haar mand in een plastic vuilniszak gedaan en daarover heen steeds een droge handdoek of dweil. De mand gaat namelijk anders erg stinken.

Logstand 3295. Vrijdag 23 juli. In een echte oude Yachtclub na een fantastische zeiltocht.

Na onze heerlijke dagen in LICKERSHAMNzijn we natuurlijk toch weer gaan varen en wel een lange tocht richting ARKOSUND.De barometer ging achteruit en er was slecht weer op komst. Een Duitser naast ons gaf aan dat het wel windkracht zes kon worden in buien. Dat vonden we eigenlijk wel prima. Eindelijk weer eens zeilen. En dat hebben we ook gedaan. De wind kwam uit de goede hoek en met een gemiddelde van 6,5 knopen, waren we in 9 uur in ARKOSUND.Het was een hele belevenis. Eerst windkracht vijf met één reef. Toen werd het meer en hebben we nog een reef er bij gezet. Dat was nog best spannend, want met deze hoge golven moet de boot wel vaart houden, anders klappert het zeil nog kapot. Gelukkig hebben we een sterke motor! En het reefsysteem, dat Meine voor de vakantie samen met Hinne verbeterd heeft, werkt dus ook goed in dit soort omstandigheden. Het zeilen wordt nu iets rustiger en we gaan nog net zo hard.

Geen moment angstig trouwens, maar wel fysiek uitdagend. We sturen dan met de hand en dat betekent continue bijsturen met de redelijk hoge golven. Hogere dan op het IJsselmeer in ieder geval met windkracht zes. Net op het moment, dat ik dacht: “leuk voor een foto, c.q. filmpje”, ging Meine naar binnen om de camera te halen. Dat zijn best spectaculaire opnames geworden. Overigens was het toen nog windkracht vijf. Later kreeg ik een enorme golf over, de kuip vol met water, een sloot water in mijn zeilpak en mijn schoenen natuurlijk helemaal nat. Vervolgens viel ik met een klap in de kuip aan lager wal. Ik bleef even beduusd zitten en Meine nam het over. Op zo’n moment ben je erg blij met je Life Line, niet dat er een risico was dat ik overboord sloeg, maar even iets erger en het kan zo gebeuren. Overigens is het zo onstuimig dat zelfs Meine een Primatoer pilletje genomen heeft. Ze helpen echt.

Om 18.00 uur kwamen we in ARKÖSUND aan. Daar lagen de havens vol. Eerst waren we van plan te gaan ankeren op een bepaald plekje, maar met deze harde wind zagen we dat niet zitten. Een paar keer rond gevaren, we mochten nog wel langszij met een hekanker uit, maar wel in de volle wind. Verder alles vol. Met moeite achteruit manoeuvrerend kwam ik het haventje weer uit. Goed opletten op al de ankerboeien en de lijnen. Er werd luid van de wal geroepen, toen ik rakelings langs een lijn voer. Meine had gelukkig het zwaard geheel opgehaald en het ging net goed. Toen maar even naar een volgend haventje. Dat lag ook vol, maar er lag wel een kleine schoener, de Ariadne. Dan daar maar langszij. Ze moeten van goeden huize komen om me weg te sturen. Echter die mensen waren zo aardig en gastvrij, kwamen uit de kajuit naar boven omdat ze wat hoorden en verontschuldigden zich daarvoor! Toen ze Max hoorden piepen, moest ik natuurlijk eerst het hondje uitlaten. En onze tocht helemaal van GOTLANDin deze wind maakte trouwens ook indruk.

Vervolgens zouden we uit eten gaan, maar we waren zo moe, dat ik wat restjes zalm en forel heb warm gemaakt, wat sla en tagliatelle erbij en om 21.30 lag ik al te slapen. Heerlijk om zo fysiek moe te zijn!

Logstand 3295. Zaterdag 24 juli. Één verregend dagje kunnen we wel aan.

We staan op om boodschappen te doen en havengeld te betalen. Het is somber weer, meer het regent nog niet. Deze plaats is een echte zeilersplek, met een houten clubhuis, zoals ik verwachtte in Zweden. Deze week worden de wereldkampioenschappen Euromoth gehouden en het is een drukte van belang. Leuke sfeer, allemaal jonge mensen. Twee Nederlanders doen mee. De klasse is in Nederland niet meer zo populair en volgens de moeder van één van hen, werkt het Verbond ook tegen. Ze zouden iedereen in de Läser willen.

Na de boodschappen op zoek naar een weerbericht. Dat hangt in het clubhuis, een prachtig houten gebouw, met oude zeilfoto’s, grote zilveren bokalen in vitrines en foto’s van belangrijke leden van vroeger. Mooi sfeertje. Ik koop een trui als herinnering. Ze hebben nog één echte mooie met goud opdruk. Bovendien een leuk souvenir, omdat dit het meest Noordelijke puntje op onze reis is. (58°29’4N/16°56’7E). Tijdens de koffie ontdek ik dat hier Wifi is en ik ga mijn laptop halen: weerbericht ophalen, geld storten op onze huishoudrekening (we geven trouwens best weinig uit, merk ik) en vooral naar een aantal mensen een mail sturen met dit verslag en een pdf met foto’s. Dat lukt bovenwel met webmail en ik ben helemaal blij. Verder geen bijzondere mailtjes, wel een van Koos, dat hij beschikbaar is voor SHV in oktober en dat is goed om te horen. We hadden afgesproken dat hij naar mijn privé mail zou sturen. Goed nieuws dus en een zorg minder. Nu hoef ik niet naar een andere internationale coach te zoeken. Overigens via sms een paar dagen geleden nog een ander goed nieuwtje ontvangen. Carmen sms’te , dat haar bedrijf geheel voor Nyenrode gekozen heeft. Leuk trouwens dat ze me het meldde.

Vervolgens ga ik naar het hotel, waar het mogelijk zou zijn om geld te pinnen. We hebben ook weer wat cash nodig voor in de kleine plaatsjes. Dat hebben ze wel, maar pas om een uur of vier. Dan zijn er namelijk cash inkomsten binnen en kunnen ze 2000 kronen uit de geldlade halen. Het ziet er goed uit en ik ga Meine halen om “de tijd te doden”, door daar maar weer eens lekker te gaan lunchen. Glaasje witte wijn voor 86 kronen erbij, maar het smaakt wel. Trouwens 2 glaasje witte wijn, als ik heel eerlijk ben. Terwijl we daar zitten begint het te stortregenen. Toch besluiten we te gaan varen, een klein stukje naar de ankerplek, waar we de dag tevoren te moe voor waren. Onze gastheren van de schoenen verklaren ons voor gek. Na 5 mijl in de regen en met slecht zicht, komen we in de baai van GOTTIVAKaan. Er liggen alleen wat kleine scheepjes én er is nog een ankerboei vrij. Dat is erg handig.

Vanavond dus maar lekker binnen gezeten met voor het eerst deze reis de kachel aan. We gebruiken de stuurboord achterhut als natte cel. Met het deurtje dicht, wordt het daar snel warm en kunnen onze pakken drogen. Wij doen ons olielampje aan, drankje erbij en Meine doet twee pogingen om nu eindelijk eens met kaarten van mij te winnen. In één daarvan is hij succesvol! Omdat het zo hard regent, laten we Max niet uit met het bootje. Ze leert al aardig haar behoefte te doen in de kuip en de volgende morgen geeft ze door de piepen aan, dat de nood hoog is. Meine zet haar naar buiten, er wordt wat gedrenteld en gehijgd en vervolgens doet ze een plas en poep. We slapen daarna gedrieën weer door tot 09.00 uur.

Logstand 3300. Zondag 25 juli. Voor het eerst de rust om te lezen.

Vandaag blijven we hier liggen. Het miezert stevig en er is slecht zicht. Lekker lezen. Ik heb nu eindelijk de rust om te beginnen in het boek “De Toren, een verhaal uit een verzonken land” van Uwe Tellkamp. Het gaat over een familie in de nadagen van de DDR. Een prachtig rijk literair boek van 845 pagina’s, waar ik wel m’n aandacht bij moet houden.

Als het iets lichter lijkt te worden, gaan we even aan de wandel. Via de weg, komen we bij een landgoed, dat we vanaf de boot al hebben kunnen zien. Een groot hoofdgebouw, twee bijgebouwen, waarvan één een lege paardenstal (die staan in de wei) met jonge katjes. Verderop een grote boerderij. Het moet echt een rijk landgoed geweest zijn. Nu is het er erg rustig, maar geen verval. Sommige gebouwen zijn opgeknapt. Er heeft hier eind 19eeeuw een familie Von Koch gewoond geeft een plaat op de gevel aan. Er is duidelijk nog wel bewoning, meer verder niets. We kunnen er gewoon rondlopen. Het geheel is gelukkig nog niet verworden tot toeristische trekpleister in de vorm van een museum.

Weer aan boord ga ik een beetje opruimen onder de banken en ontdekt nog drie goede “Rein” flessen wijn, van Meines verjaardag. Dat is toch wel anders dan de Aldi flessen. Bovendien komen onder een kartonnen doos met toiletpapier de twee flessen Champagne boven water, die Meine zei te hebben meegenomen, maar niet kon vinden. We hadden het al erg gezellig, maar dit maakt het wel erg prettig. We beginnen om 16.00 uur al aan de borrel met kaviaar toastjes en we hebben het samen erg gezellig en intiem zo op de bank. De Champagne laten we nog even dicht.

Logstand 3320. Maandag 26 juli. Het goede Zweedse water- en ankerleven.

Het klaart op. Het is bijna droog en ik hang de was op om de zon aan te trekken. Dat werkt in die mate, dat het in ieder geval droog blijft. Om 10.00 uur gaan we varen naar het Zuiden. Op de motor want de wind komt nu uit het Zuiden en de vaargeul is smal. Het plan is de komende week de scheren te verkennen. Nu varen we 20 mijl naar het zuiden richting HARSTENA,een klein eilandje met vissersdorpje en aan de andere kant van het eiland een lagune waar je kunt ankeren. Rustig tuffend, komen we vier uur later aan. Ik had een route gemaakt op de GPS, omdat het hier niet betond is. Op de kaart staan namelijk nogal wat rotsjes net boven water. Het blijkt niet nodig en alles is goed te zien. Bovendien zijn we niet de enigen! Een populair stekje. De baai is echter groot en de meeste Zweedse jachten gaan naast elkaar aan de rots liggen met het hekanker uit. Wij ankeren vrij aan de andere kant van de baai. Op een gegeven moment liggen er zo’n 29 jachtjes. We besluiten dat de Champagne open mag. We kunnen weer in de kuip zitten, ook al is het nog bewolkt. Aangezien de barometer vooruit ga, durf ik wel een donker wasje te doen. Na de champagne en een paar uur lezen, gaan we rond 18.00 uur naar de wal om naar het plaatsje te lopen, een wandeling door het bos van ongeveer een half uur. Max vindt het heerlijk en wij ook. In het dorpje lopen we zo tegen het enige restaurantje aan. Het terras zit vol en wij mogen op een klein mini achter balkonnetje met 2 Franse tafeltjes en een mooi uitzicht. We eten lekkere vis met een goede fles Italiaanse wijn. (de prijs valt mee, 260 kronen en dus ongeveer 26 euro’s). Max krijgt brood met aardappels, want we hadden vergeten haar eten te geven.

Na de maaltijd lopen we door het plaatsje. Het komt inderdaad nog erg authentiek over. Ik maak veel foto’s. Via een andere weg lopen we terug. We komen langs de rots waar de Zweden liggen. Wel erg gezellig. Her en der barbecueën en veel kinderen die pret hebben. Op de terugweg raakt Max de weg kwijt. Ze begint terug te lopen. Meine loopt haar achterna en doet haar aan de lijn. Uiteindelijk raak ik Meine en Max weer kwijt en raak min of meer verdwaald in het bos. Er lopen vele paadjes (“padjes”, zeggen we deze vakantie) en het is lastig te zien welke naar de rots leidt waar ons bootje ligt. Ik loop dus veel te ver door.

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 5

Zondag 1 augustus; ankerplek 5 mijl, 57°42’9N/16°42’4E) Logstand 3380. Gevaren: 900 mijl.

NRDWEST VAN GRÖNO. Max is op “strafkamp”. Ze vraagt veel om aandacht en piept de gehele tijd. We hebben haar verbannen naar de sport yak. Straks zullen we haar uitlaten, maar nu nog niet. Op een kussentje in het bootje piept ze nog steeds. Ze wordt zo wel stil denk ik.

We liggen hier weer op een mooie plek, een baai met rondom in het bos verscheidene vakantiehuisjes. Het is hier helemaal niet druk, waarschijnlijk is dat, omdat je hier nergens met de punt op de wal aan het hekanker kunt vanwege alle privé terreintjes en de zweden gaan niet graag “vrij” voor anker. Wij wel!

Vandaag hadden we weer zo’n dagje, dat volledig verrassend was. Gisteren (zaterdag 31 juli.) zijn we aangekomen inVÄSTERIK, een redelijke grote plaats met een Marina-haven. Dit deden we omdat we nodig boodschappen moesten doen na ongeveer een week geankerd te hebben. Morgen is het zondag en dan zijn de winkels dicht. We waren al om 12.00 uur in de haven omdat we vroeg vertrokken waren. Daardoor geen haast. Ik kon eindelijk weer eens wassen in een wasmachine. Dat was wel nodig ook. Onze korte broeken stonden zo’n beetje rechtop en ook de handdoeken waar niet geheel fris meer. Prima systeem hebben ze hier overigens. Je kunt je voor een bepaalde tijd intekenen op een formulier en dan weet je ook zeker dat de machine vrij is. Veel beter dan in Nederland, waar je maar steeds moet wachten tot er iets vrij komt.

Deze haven is vrij luxe en beschikt ook over een zwembad én een watersportwinkel. De eerste na die van Ystad. We hebben niet echt iets nodig, maar het is altijd leuk om te kijken en……, er zijn meestal leuke kleertjes te krijgen! Na alle betalingen en de instructie hoe de “creditcard” werkt die toegang geeft tot alle faciliteiten, troon ik Meine mee naar de winkel. Ik vind namelijk dat hij er soms wel erg shabby bij loopt en mijn oog wil ook wat. (Max is op haar strafkamp trouwens stil geworden en zit vanuit het bootje gebiologeerd te kijken naar een Zwanengezin, dat voorbij zwemt). Gelukkig hoef ik nooit echt te zeuren en Meine koopt een mooie Musto korte broek en drie shirts. Ik koop voor mezelf een mooie katoenen trui van het Zweedse merk Holebrook en voor Meine een linnen met leer afgezette “Scheepse” broekriem van Sebago. Het staat hem echt goed. Dit klinkt misschien allemaal wat oppervlakkig, maar soms is het zo leuk om even te shoppen en iets echts moois te kopen. Vervolgens zijn we naar supermarkt gegaan, 15 minuten lopen in de binnenstad. Deze blijkt dus zeven dagen in de week van 08.00 tot 22.00 uur open te zijn. Onze gehele koelbak is leeg, dus we laden veel in. De komende week weer lekker aan boord koken. Teruglopend door het stadje, valt het op dat het vakantietijd is. Heel veel mensen op straat en alle terrasjes vol. Het staat me eigenlijk wel tegen, al die op straat etende, dikke, vaak witte mensen in rommelige kleding en de overvolle terrasjes. We besluiten aan boord te blijven, in plaats van uit eten te gaan. Ik ga heel vroeg naar bed, want ik voel me niet lekker.

Na bijna tien uur geslapen te hebben, voel ik me een stuk beter. We staan om 08.00 uur op en gaan even zwemmen in het zwembad. Vervolgens naar het stadje, want ik wil het toch wel graag zien, om ergens te ontbijten en dan wat oude straatjes op te zoeken. Het is een stuk stiller dan gistermiddag, maar dat betekent ook dat alle terrasjes nog dicht zijn. Meine heeft een slimme idee om te gaan ontbijten in een hotel. We gaan dus naar het oude “Stadshotelett”, wat nu Best Western is en genieten daar van een zeer uitgebreid ontbijtbuffet. Prima dus en leuk om tussen alle motormannen en –vrouwen te zitten. Er was hier namelijk deze dagen een motor weekend en dit hotel is een van de plekken waar men verblijft. Vervolgens op zoek naar de oude straatjes. Die zijn er wel tussen alle nieuwbouw in. Als je zoals wij al in Denemarken bent geweest, dan is dit toch een heel stuk minder pittoresk. Even later ziet Meine een oude stoomtrein. We lopen er heen, het blijkt bij het station, maken een praatje en het blijkt dat het treintje over 10 minuten vertrekt voor een tocht van 2,5 uur. We besluiten dit te doen en even later zitten we met een aantal andere toeristen in een oud wagonnetje. Het is eigenlijk heel erg leuk. Het blijkt dat deze trein in de zomer maar drie weken rijdt en dan alleen 1 maal op zaterdag en 1 maal op zondag. Dus eigenlijk maar zes keer. Het schijnt het langste smalspoor traject van Scandinavië te zijn, tenminste dat zegt de folder. Interessant en onverwacht. We varen dus uiteindelijk om 16.30 uur uit en liggen krap een uurtje later in deze prachtige natuurlijke baai, ver weg van alle stadse geluiden.

Wat deden we de afgelopen dagen: Logstand 3320. Dinsdag 27 juli. Dat doen waar je echt zin in hebt.

We blijven in de baai van Harstena. Het is zo’n mooi plekje. Eindelijk gedaan wat ik al vanaf het begin van de vakantie wilde, maar waar toch steeds het goede moment niet voor was. Ook Meine gaf steeds aan nog even te willen wachten. Je moet er ook echt voor in de stemming zijn, de plek moet goed zijn, het weer mooi en warm en je moet er allebei zin in hebben. In de boot schoon maken, bedoel ik, en dan echt grondig. De lijnen eraf. De kuiptent losmaken, eerst alles schoon en vervolgens cleaneren en in de was zetten. Daar zijn we een hele tijd mee bezig, maar het loont wel.

’s Middags heb ik maar weer eens een lasagneschotel voorbereid. De melk die ik gekocht had, blijkt een soort dikke karnemelk te zijn. Dan daar maar een bechamelsaus van gemaakt; beetje water en zout erbij en het gaat prima.

Logstand 3330. Woensdag 28 juli. Nu maar eens zelf een plekje zoeken

Eerst gaan we bosbessen plukken. Meine heeft er gisteravond veel gezien en het klopt. Bovendien is het een mooie plek aan de Noord West kant van de lagune. Mooi uitzicht. Meine heeft er gisteren prachtig opnames gemaakt van de ondergaande zon. Na het bessenplukken doen we een Tekencontrole. Ik vind er 2 die nog lopen op mijn benen en bij Meine heeft zich al een kleintje genesteld op een fijn warm plekje! Snel verwijderen dus maar. We varen vandaag een klein stukje naar ÅRSVIKEN. Het is maar 10 mijl verderop. We varen op de motor en het is stil rustig weer. Deze keer zoeken we zelf via de kaart een plekje wat ons mooi lijkt. De beschrijvingen in de boeken zijn namelijk bij meerderen bekend en dat betekent dat het er vaak druk is, zeker nu het vakantie tijd is. Bovendien is het leuk om een beetje te zoeken en zomaar een baai in te varen. Dat doen we dus hier. Voorzichtig rondom een paar net boven water liggende rotsen. Ook hier blijkt trouwens een redelijk grote haven te zijn. Op mijn digitale kaart heb ik een paar steigertjes gezien, maar het zijn er meer. We besluiten voor anker te gaan, of beter aan een ankerboei, dicht bij een paar huisjes. Een prima rustig plekje. De mensen van het huisje zwaaien ons vriendelijk toe. Ik vind de Zweden over het algemeen trouwens toch heel aardig, zeker als je ze aanspreekt. Ze spreken bijna allemaal goed Engels en dat maakt het wel gemakkelijk. Geschreven lijkt het Zweeds vaak op het Nederlands, maar de uitspraak is heel anders. Ik kan het in ieder geval niet volgen.

Logstand 3336. Donderdag 29 juli. Een culinaire uitspatting.

Ook vandaag weer een klein stukje. Dat is natuurlijk kenmerkend van de Scheren. Om iedere bocht is wel weer een mooi plekje. Overigens vind ik een weekje wel genoeg. Uiteindelijk lijkt iedere baai op de volgende en ook de bosbessen zijn het zelfde. Wandelen is vaak niet mogelijk of leidt letterlijk nergens toe. Met uitzondering dan vanHARSTENA. Bovendien is het best druk. Ik denk dat het pas echt mooi wordt, als je nog veel meer tijd hebt en ten Noorden van Stockholm komt. Vandaag is het varen trouwens wel bijzonder, want er komt mist uit zee opzetten. Af en toe is er zeer weinig te zien. Ik hoor de geluiden van andere boten en soms zelfs een misthoorn. Wij zeilen en brengen dus zelf nauwelijks geluid voort. Goed opletten dus. Het heeft wel wat, zo’n schim die opduikt en dan een eilandje blijkt te zijn. We gaan weer naar een zelf uitgezocht plekje, namelijk GRYTS VARV, wat we na 5 mijl bereiken. Ook hier is een haventje. Nu gaan we er toch maar even liggen, omdat het inmiddels regent. Hier blijkt ook een botenbouwer te zitten van grote motorjachten. Als ik me ga melden in het havengebouw, blijkt dit een prachtige moderne jachtclub te zijn, inclusief hotel en restaurant. Ik besluit Meine en mezelf vanavond te trakteren op een culinair uitje. Daar krijgen we geen spijt van. De kwaliteit is zeer goed en inderdaad culinair te noemen. Vooraf nemen we gegrilde asperges, daarna ik een Heilbot (Hålleflunder) met een stukje Chorizo worst (verrassend!) op een echt mooi klaargemaakte Risotto. Meine neemt een bijzonder kippetje en tot slot neem zelfs ik een toetje. We drinken er een mooie fles Rioja bij en vooraf wat witte wijn. Allemaal prima kwaliteit en uiteindelijk qua prijs te vergelijken met Nederland, als je op dit niveau gaat eten. Wijn is hier van wel het duurste onderdeel van de maaltijd, maar het is altijd wel goede wijn die men voorzet. Op de boot gekomen nog een klein drankje en de avond kan niet meer stuk.

Logstand 3356. Vrijdag 30 juli. En weer in een mooie baai.

De zon schijnt weer. Lekker weer even zwemmen en vervolgens weer op pad. Nu belanden we na zo’n 20 mijl weer op een ankerplek bij het eilandje KÅRO. De zon schijnt, de wind is kracht 5-6 en helaas varen wij op de motor. Maar wel langs prachtige plekjes. We eindigen in een kleine lagune met nog een paar andere jachten. Weer een mooie plek met mooi weer. Wel komen er dreigende wolken over, maar dat zien we later dan wel weer.

Logstand 3361. Zaterdag 31 juli. Via welke route gaan we uiteindelijk weer terug naar Nederland?

Vandaag varen we naar VÄSTERIK, onder andere om inkopen te doen. Zo langzamerhand beginnen we ook na te denken over de terugtocht. Ik heb nog drie weken vakantie en we hebben afgesproken dat we de laatste week niet meetellen. Dan hebben we dus twee weken om thuis te komen en om een soort marge in te bouwen. Even speel ik met de gedachten om nog via het KATTEGATen dan de LIMFJORDnaar huis te gaan. We zouden dan via KOPENHAGENvaren. Het lijkt een leuk idee en het is zo’n 120 mijl om, maar het geeft wel direct druk. We zouden ons dan nu toch wel moeten gaan haasten om snel via de Zuidkust van Zweden naar het noorden te gaan. Toch maar beter van niet. Uiteindelijk besluiten we een week te nemen om bij het KIELERKANAALte komen en dan wel via de EIDER nog een paar Noord Duitse eilanden aan te doen. We hebben nog de kaarten van vorig jaar, toen we daar niet aan toe kwamen. Eindigen op de Wadden, bijvoorbeeld het eiland SYLT, vind ik altijd een heerlijke manier om de vakantie te beëindigen. Eventueel zouden we via HELGOLANDterug kunnen varen, want daar zijn we ook nog niet geweest en op de heenreis heb ik het met zeer helder weer zien liggen. Wie weet?

Logstand 3397. Maandag 2 augustus. Na buikpijn komt zonneschijn.

Het regent als we wakker worden en we besluiten nog even te blijven liggen. In bed en met de boot dus. Bovendien had ik tot misselijk makend toe vannacht pijn in mijn buik en heb niet zo best geslapen. Na een paar pijnstillers gaat het nu beter. Ik rond mijn verslag af en op dit moment (13.30 uur) breekt de zon door. We gaan varen!

Donderdag 5 augustus; Utklippan (55°57’4N/15°42’3E) Logstand 3380. Gevaren: 1053 mijl.

……………. En het werd een heerlijke dag maandag. Na de nevel brak de zon door. We konden zelfs een beetje zeilen. Met 7 knopen wind een snelheid van 3 knopen. Heerlijk rustig kabbelend door de golven. Onze eerste zeehond in deze streken gezien. Ik kies weer een rustig plekje uit en we belanden in KLINTEMÅLA, een klein haventje met schilderachtige huisjes. Aan de steiger zijn nog genoeg plekken vrij en we gebruiken dus een ankerboei. Inmiddels is Meine degene die met een musketon haak de boei oppikt. Ik heb net te korte armen om het snel voor elkaar te krijgen en ook nog de boot in de box te sturen. Wij hebben niet zoals de Zweden zo’n lange haak die je er op afstand in kunt steken. Maar dit werkt ook. Als we aankomen zijn er dreigende luchten en mooi zonlicht. Naast ons liggen Duitsers, die zich verbazen dat wij vandaag geen mist hebben gehad én dat we een zeehond gezien hebben. Zij zijn al vanaf mei onderweg en hebben er in het geheel nog geen gezien. Die mist en ook de rest van de weeromstandigheden is steeds erg lokaal en ook sterk wisselend. We hebben vanaf ARKOSŮNDdagen gehad waarin regen, bewolking en zon elkaar afwisselden. Na het eten, ga ik snel op fotojacht. De dreigende luchten en het zonlicht zorgen voor mooie plaatjes.

De afgelopen twee dagen gingen als volgt: Logstand 3444. Dinsdag 3 augustus. Hier en daar mist.

Het is nevelig als we opstaan en de wind komt uit het oosten. Precies waar wij naar toe gaan. Maar ja, we moeten toch ook een keer richting Nederland. We zijn van plan langs de oostkant van ÖLANDte varen, om zo de toeristische en drukke havens te vermijden. Op mijn digitale kaart heb ik gezien dat daar aan de oostkant ook wel kleine haventjes staan. Slechts één daarvan staat ook op de papieren kaart. We varen dus op de motor, maar wel met het grootzeil bij, zeer krap aan de wind. Af en toe een beetje regen, maar verder wel erg rustig. We zien onze tweede zeehond deze vakantie. Ik heb een haventje uitgezocht dat wel op de papieren kaart staat, maar er wel klein uit ziet: KÅREHAMN. Het is heel moeilijk te vinden. We moeten bovendien redelijk ver uit de kust blijven, omdat er nogal wat rotsen boven en onder water liggen. Eindelijk zien we een boei die het begin van de vaargeul aangeeft. Die moeten we ook nauwkeurig volgen het laatste stuk want deze is uitgegraven in de ondiepte. Als we de plaats naderen verdwijnen de boeien in een laaghangende mist. Alleen de toppen ervan zijn te zien. In het haventje liggen een aantal jachten en verder vooral vissersboten. Doordat we de kiel omhoog doen vinden we een plekje langs de kade bij de werf, waar het dus snel ondiep wordt. We liggen in 1.20 diep water, maar genoeg voor ons dus. In deze vakantie is wel gebleken dat een ophaalkiel vooral voor dit soort situaties erg handig is. We hebben steeds nest iets meer opties dan andere schepen. Max laat ik direct op de kant en ze rent naar het eerste grasje dat voorhanden is. Ik praat met een man die al een dag in de haven ligt. De dag ervoor zijn ze met mooie wind vanuit UTKLIPPANgekomen en ze willen naar het Noorden. Hij is verbaasd dat we met mist op zee hebben gevaren. Als ik hem vertel dat de mist begon bij het begin van de vaargeul is hij helemaal verbaasd. Ze hebben de gehele dag in de mist gezeten en zijn daarom niet uitgevaren. Zoals ik gisteren ook al merkte; de weersituatie is zeer lokaal verschillend. Later op de avond komt hij een voor ons uitgeluisterd weerbericht brengen. Voor ons niet zo’n gunstige wind (zuid en we willen naar het Zuiden), maar voor hem dus prima. In het viswinkeltje wat nog open is koop ik weer wat gerookte garnalen met een Aioli saus, als voorgerechtje. Als het donker wordt, zie ik op de kant een klein wezeltje op zoek naar vis.

Logstand 3490. Woensdag 4 augustus: Daadwerkelijk “In Ithaka zijn” vergt redelijk wat oefening.

Vandaag vertrekken we om 9.30 uur. De zon schijnt. Tot 12.30 uur kunnen we scherp aan de wind zeilen. Heerlijk! Het is heel rustig aan deze kant van het eiland. In de verte zie ik de gehele dag totaal één zeiljacht in de verte. Een snelle zwarte motorboot blijkt een groep aalscholvers te zijn, die laag over het water vliegen. Aan bakboord is geen land te zien. Daar ligt in de verte LITOUWEN. Dat geeft me wel een speciaal gevoel, om zo ver met de boot te zijn. Het plan is om nu maar eens mijlen te maken en eventueel via een tussenstop op SVANEKE(kort slapen en Max uitlaten) door de varen naar SWINEMÜNDE(nog net in Polen of naarRÜGEN)Dat laatste zou heel leuk zijn, omdat een aantal hoofdpersonen uit mijn boek “De Toren”, daar “nu” op vakantie zijn. In de DDR tijd wasRÜGENen vooral ookHIDDENSEEmet de plaatsVITTEeen zeer geliefde bestemming. Je kon er wel dertig jaar voor op de wachtlijst staan. Maar nu de realiteit. Om 12.30 valt de wind geheel weg en gaat de motor aan. Twee uur later trekt ze weer aan, maar nu pal tegen. We besluiten een scherpe koers richting het Oosten te varen en zo nog vooruit te komen. Echter windkracht vijf tegen, samen met 2 knopen stroom tegen en de bijbehorende golven, daar valt moeilijk tegen op te boksen. Voor dit soort omstandigheden moet je eigenlijk een 14 meter lange stalen langkieler hebben zoals Ria en Evert, uit het zeilreisboek dat ik in het begin van deze reis las. En misschien ook wel een andere mentaliteit. Wij zagen het in ieder geval niet zitten om zo op te boksen en dat misschien wel een hele nacht lang. Bovendien schiet je ook niet erg op. We besluiten weer zo dicht mogelijk onder de kust te varen. Daar is ondiep water en het is er wat rustiger. We hebben net een haventje gepasseerd en we zouden terug kunnen gaan daar naar toe. Dat is echter onzin: Het is prachtig weer, de zon schijnt en we besluiten naarGRÄSGÅRDte varen, een piepklein haventje, dat wel op mijn digitale kaart staat, maar niet op onze papieren.

Ik bedenk me dat een zeilreis als deze echt een ultieme oefening in loslaten en niet plannen is, ook voor mij. Het beste is om steeds van het moment te genieten. Natuurlijk moet je wel een plan hebben waar je naar toe wilt, maar ook een plan “B” min of meer voorbereiden. De omstandigheden kunnen maar zo veranderen. De taakverdeling aan boord is overigen zo dat ik meestal bedenk waar we naar toe zouden kunnen gaan en op de GPS de noodzakelijke Waypoints en routes voorbereid. Als we ze dan nodig hebben, kunnen we ze gebruiken. Samen overleggen we steeds wat de beste optie is. Vervolgens navigeer ik er naar toe met altijd de papieren kaart in combinatie met de digitale. Soms is die digitale echt heel handig omdat je de positie van het schip ziet. Het grappige is wel, dat ik me er al een paar keer op betrapte, dat ik, om zicht op de werkelijkheid te krijgen, binnen op mijn plotter ging zitten kijken. De werkelijkheid is natuurlijk buiten op zee, maar de verleiding van de apparatuur is groot! Een aantal schippers in Nederland had het nu weer over AIS (Automatic Identification System), een extra hulpmiddel, waarop je kunt zien waar schepen naar toe op weg zijn en hoe snel ze zijn. Een soort radar, maar minder kostbaar. Op zich natuurlijk een handig hulpmiddel, zeker op routes waar de grote vrachtschepen varen, maar voor je het weet, zit je steeds beneden op je plottertje te kijken. Ons valt op, dat als je in de verte een zeeschip ziet naderen je vrij goed kunt in schatten, of deze voor of achter langs gaat. Meestal zie je ook dat ze hun koers een tikje verleggen ten gunste van jou.

We varen dus nog een aantal uren door in de richting van het haventje. Het wordt wat rustiger en we nemen een hapje. Ik besluit het laatste restje van onze laatste fles rode wijn aan de mond te zetten. Meine is er als de kippen bij om een compromitterende foto te maken.

Volgens mijn digitale kaart zou er een betonning moeten zijn. Die is heel moeilijk te vinden. Uiteindelijk zien we een rode ton, net genoeg om op te koersen. Ook dit haventje is omgeven door rotsblokken. Het is echter rustig weer. We kijken heel geconcentreerd door de kijker en pas op het laatste moment, zie je als het waren hoe een haventje “zich opent” en waar je naar binnen moet. Dit is wel heel klein en ondiep. Bij de ingang merk ik een soort drempel van 1.30 meter. Gelukkig heeft Meine het zwaard geheel opgetrokken. Een mannetje met nog drie tanden (die ik kan zien) in de mond, komt ons helpen. Mijn dieptemeter geeft al snel 1.10 aan en dat is toch zo’n beetje de grens wat we kunnen hebben. Hij roept dat er veel “shit” in de haven ligt. Dat zie ik ook aan alle draaikolken en de stank die daarmee naar boven komt. Even weet ik niet wat te doen en wil Meine het stuur overgeven. Dat weigert hij echter categorisch in dit soort situaties omdat ik het zelf best kan oplossen. En dat is ook zo. Ik vaar de gehele vakantie de boot al in en uit iedere haven en tot nu toe zonder enige schade. Uiteindelijk kan ik door de modder net aan de kade komen. Draaien lukt niet meer, maar dat doen we later handmatig zodat we wel met de kop op de wind liggen. Ik ga snel Max uitlaten en zie achter een schuurtje de ontbrekende tonnen van de betonning liggen. Het is hier echt een arme bedoening. Alles is verwaarloosd, geen middelen om de haven te laten uitbaggeren. Wel een paar vissersschepen, die er op zich zeer gebruikt uit zien, maar in de tijd dat wij hier liggen vaart niemand uit. Het is net of ze de moeite hebben opgegeven. Het havengeld bedraagt 50 kronen, een laagterecord. Als ik met Max weer op de boot komt, is het eerste wat ik zie een fles rode wijn. Ik ben als een kind zo blij, zegt Meine later en ik val hem om de hals. Het blijkt dat hij een week (!) geleden nog een doosje wijn heeft gevonden en al die tijd hield hij zijn mond. Toevallig had ik al wandelend met Max me bedacht, dat het toch eigenlijk schandalig is, dat we iedere dag samen een flesje wijn willen drinken. Maar goed: aan deze beproeving is dus al snel een eind gekomen.

Logstand 3533. Donderdag 5 augustus. Eindelijk op Utklippan.

Een record! Om 08.15 uur wakker en om 08.45 varen we al. Een prachtige dag. De wind komt nu ineens weer uit het Oosten. (Zuid was voorspeld) en we kunnen dus zeilen. Om de punt van ÖLANDkan zelfs de spinnaker er bij en 20 mijl lang zeilen we heerlijk met de spinnaker. We maken een mooie snelheid van 6.6 knopen, met maar 11 knopen (BF 2-3) wind. Tegen de zon in, zie ik het eiland al liggen. Er liggen niet zo heel veel jachten in de haven, dus dat is gunstig. Soms ligt het namelijk enorm vol met jachten! Erg leuk om er nu toch te zijn. Op de heenweg lukte het niet. We gaan langszij bij een grote Ovni. Ze willen wel rond 06.00 uur weg de volgende morgen, maar dat maakt ons niet uit. Het is inderdaad een uniek eiland, of eigenlijk voornamelijk twee hele grote rotsen met een baai ertussen. Daar binnenin is een haven gebouwd die je zowel vanuit het Oosten als het Westen kunt invaren. Max vindt het hier ook geweldig en gaat zelfstandig aan de wandel. Ik houd haar een beetje in de gaten, maar ze loopt niet echt ver en scharrelt wat rond. Later met Meine erbij maken we een echte wandeling. Ze doet het nog steeds goed op de rotsen. De havenmeester komt met zijn bootje van het andere eiland bij alle boten langs om havengeld te innen. Er zijn hier behalve een houten gebouwtje met een poepdoos, geen voorzieningen. Ook water kan er niet getankt worden. Wel kan ik bij het kleine kioskje dat even geopend is vers gebakken brood kopen.

UTKLIPPAN,

 is een Zweedse vuurtoren en de naam van twee kleine eilandjes Södraskär en Norraskär. Als sinds 1789 functioneert het eiland als vuurtoren. Men gebruitke toen een vuurkorf. De huidige toren is gebouwd in 1870 en de vlam werd in 1887 gebrand met Kerosine. In 1946 kreeg het een electrische lamp. Het eiland is eigendom van “The Swedish Maritime Administration”. Toen in de zomer van 2008 het grote witte licht niet meer brandde, heeft ,men dit zo gelaten. Het is niet meer van belang voor de commerciële scheepvaart. Nu brandt er alleen nog een klein licht en in het donker is het eiland slechts vanuit het Oosten te benaderen.

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 6

Dinsdag 10 augustus; Rostock (54°05’6N/12°08’3E) Logstand 3739. Gevaren: 1412 mijl.

Wie had gedacht dat ik hier nog eens zou liggen met mijn eigen boot! Op de een of andere manier heeft de naam van deze stad aan enorme aantrekkingskracht op mij. Het is een oude Hanze stad, ligt in de voormalige DDR en in de 2ewereldoorlog, was het één van de Marinehavens van de Duitse Wehrmacht. Een plek dus met veel historie. Vanmorgen zijn we van WARNEMÜNDEin anderhalf uur tijd de rivier DE WARNOW opgevaren. We zijn hier in de deelstaat MECKLENBURG. Dit gebied was het “Rotterdam” van de toenmalige DDR. Nog steeds zijn er veel werven en ziet alles er behoorlijk goed uit. Er is hier veel geïnvesteerd. Om een uur of 12.00 meren we af in de Stadshaven aan een steiger met ankerboeien. Het is niet druk en dat blijft ook zo. Bij de havenmeester, annex “Yachtausrüstung” kunnen we eindelijk weer een gevuld gastankje kopen. Meine begon zich zorgen te maken dat het op zou raken en dan kan er niet meer gekookt worden. De middag besteedt aan de bekijken van ROSTOCK. Inderdaad een mooie stad met veel oude gerestaureerde panden. Ook de oude pakhuizen worden hier aangepakt en m.b.v. architecten omgetoverd tot moderne gebouwen. De binnenstad is natuurlijk vol met de gebruikelijke winkels, maar de panden zien er mooi en kleurrijk uit.

ROSTOCK

is een stad in het noordoosten van Duitsland. Het is de grootste stad van de deelstaatMecklenburg-Voor-Pommerenen telt 201.096 inwoners. Rostock ligt in het noorden van Mecklenburg, aan de Warnow. Het 12 kilometer lange gedeelte hiervan tussen het centrum van Rostock en de kust wordt Unterwarnow genoemd, en is bevaarbaar. Aan de monding van de Warnow liggen het stadsdeel Warnemündeen de haven van Rostock, die de derde Duitse Oostzeehavenin grootte is, na Kielen Lübeck. Rostock wordt voor het eerst genoemd in 1160. Er was toen een Slavische nederzetting genaamd Roztoc aan de Warnow. In 1189 is er voor het eerst sprake van een Duitse nederzetting op de andere oever. Deze plaats heeft in elk geval sinds 1218, maar waarschijnlijk al eerder, stadsrechten. Rostock was een lid van de Hanze, en werd daarmee in de Middeleeuweneen rijke stad. Deuniversiteit van Rostockwerd in 1419gesticht, en is daarmee de oudste universiteit van Noord-Europa. Eind vijftiende eeuwwerd de tot dan toe onafhankelijke stad veroverd door de hertog van Mecklenburg. Door blijvende ruzies tussen de stad en de hertogen en plunderingen verloor de stad geleidelijk aan zijn macht.

In de negentiende eeuwraakte Rostock weer in opkomst door een bloei van de scheepsbouw. In de jaren twintigwerden in Rostock de vliegtuigfabriekenvan Heinkelgevestigd. Na de machtsovername door de Nationaal-socialistenwerd de vliegtuigproductie sterk opgevoerd, en groeide de stad snel. In de Tweede Wereldoorlogwerd de binnenstad door de geallieerdenzwaar gebombardeerd, maar weer opgebouwd. Na de oorlog ging de groei door, in deze periode werd onder meer de zeehavengebouwd, de belangrijkste zeehaven van de DDR. Na de Duitse Herenigingverloor Rostock haar bijzondere positie. Het inwoneraantal nam sterk af, vooral door emigratie naar het rijkere westen van Duitsland.

We bekijken de MARIAKIRCHE,onze eerste en waarschijnlijk laatste culturele uitspatting deze vakantie. Meine en ik zijn er allebei niet zo van en we hebben beiden in ons leven al zoveel cultuur gezien. Deze kerk is echter de moeite waard. Nog zeer authentiek en vol met prachtig beeldhouwwerk en ornamenten. Een serieus moment breekt aan als we de fototentoonstelling in de kerk bezoeken over “Die Weisse Rose”, een verzetsbeweging van jonge mensen in Duitsland in WO2, die werd aangevoerd door o.a. Sophie en Hans Scholl. Ik kende de geschiedenis en had er al eens een boek over gelezen. Toch worden we weer allebei stil van dit verleden en de moed die deze jonge mensen hebben gehad destijds. Hun wijze van werken was voornamelijk via het verspreiden van pamfletten onder de bevolking. Broer en zuster werden beiden in april 1945 onthoofd. Ook de anderen overleven de oorlog niet.

Daarna lopen we nog wat door de stad, langs de oude stadsmuur en door een prachtig park met waterpartijen, dat echter “tuintechnisch” zeer verwaarloosd is. Zonde van de overwoekerde rozenperken. Bij een klooster bezoeken we een kleine galerie, gevestigd in een zeer oud monumentenpandje. Iedere vakantie kopen we meestal iets moois als aandenken en dit lijkt een goed moment. Inderdaad slagen we hier: We kopen keramiek: een grote kan en twee borden met koppen met een stoere uitstraling. Daarna een terrasje. Meine aan het Pils en een taart en ik aan de witte wijn. We houden het een hele tijd uit, zo in de schaduw. Vlakbij is een mooie fontein, waar veel kinderen, sommigen spiernaakt, aan het spelen zijn in en met het water. Mooi dat dit gewoon kan.

Op weg naar de boot komen we langs een sigarenzaakje en Meine oppert om weer eens een sigaartje te kopen. Het is een klein zaakje, maar ze hebben wel een aparte sigaren klimaatruimte en we kopen twee Cubaanse sigaren van 7 euro het stuk. Daar gaan we vanavond lekker van genieten na het eten. Het plan is uit eten te gaan bij het havenrestaurant. Het ziet er leuk uit met een terras met uitzicht. Op de boot aangekomen, hebben we daar eigenlijk niet meer zo’n zin in. Onze eigen kuip heeft hetzelfde uitzicht. Het is mooi weer en ik heb nog verse vis in de koeling. Een ovenschotel is snel gemaakt. We genieten er zeer van en zitten tot laat in de kuip. Zonder muggen en met sigaar, whisky en mijn peren “eau de vie” van Van Wees.

De dagen hiervoor gingen als volgt: Logstand 3672.Vrijdag 6 en zaterdag 7 augustus: Via een wisselende koers toch nog op de plek van bestemming.

Ook vandaag is het weer mooi weer. De wind komt uit het Oosten en dat is gunstig voor de bestemming van vandaag. Inderdaad willen we naar HIDDENSEEen dat zou weer een spinnakerkoers zijn met deze wind. Meine gaat een en ander voorbereiden en ik laat Max uit en maak nog een wandelingetje. Als ik terugkom, laat Meine me een afgebroken beugel van de mast zien. Gisteren is deze beugel (de bevestiging voor de spi-boom) verbogen en toen Meine probeerde terug te buigen, brak het af. Gelukkig maar, wat als het tijdens het zeilen afbreekt, heb je snel meer schade. Er staan zulke grote krachten op. We bedenken een noodreparatie m.b.v. een aparte staaldraad met nylon kogels, die we hebben om te gebruiken bij een halve windse spinnaker koers, zonder boom. Nu doen we de ketting om de mast, bevestigen er een harpsluiting aan, die als beugel kan dienen en hopen er het beste van. We vertrekken uiteindelijk pas om 11.45 uur. Onze buren zijn vanmorgen al om 6.45 uur vertrokken, maar wij hebben onze boot toen snel verlegd en nog wat doorgeslapen. De tocht naar HIDDENSEEbedraagt zo’n 140 mijl, dus dat wordt so wie so een nachtje doorvaren en daar kunnen we dan beter uitgerust aan beginnen. Buiten gekomen gaat de spinnaker uit en onze constructie werkt. Helaas blijkt de boom toch nog aan de verkeerde kant te staan. Meine wil de spislurf omlaag trekken en ik maak de fout de schoten te ver te laten vieren. Als ik ze weer wil intrekken, lukt dat niet en zit de schoot ergens klem. Ik zie de lijn al achter de boot door het water spoelen en Borkumse taferelen van vorig jaar komen bij me boven. (schoot in de schroef). Wat is er aan de hand? Het duurt even voordat ik in de gaten heb, dat het neerhoudlijntje dat Meine aan de schoot had vastgemaakt om de Spi laag te houden, het blok blokkeert. Het lukt om heel snel de schoot los te trekken uit het blok. Gelukkig zit er nu geen knoop aan de het einde van de schoot (in Borkum wel en daar ontstond en toen een grote lus, die naar de schroef werd getrokken). Opnieuw de schoot door het blok, maar door de lange lijn bolt de Spi enorm op en komen er grote krachten op te staan. Doordat het grootzeil niet gehesen is, kan ik ook niet een koers varen, die maakt dat de Spi in de luwte komt van het grootzeil. Kortom niet zo handig en het kost Meine veel kracht om de slurf uiteindelijk naar beneden te krijgen. Bovendien vergeet hij de 2elijn die de slurf van binnen naar beneden laat vieren los te maken en dan kan je natuurlijk kracht zetten tot je een ons weegt! Om 13.00 hebben we alles weer onder controle en kunnen we weer even uitrusten. Nog 112 mijl te gaan.

Rond een uur of 19.00 komen we bij de “shipping lane” van BORNHOLMen we besluiten die haaks te kruisen. Het is er namelijk best druk met grote vaart. Ook halen we de spinnaker in. Het gaat te hard waaien. Wel heerlijk 6 uur gevaren met de spinaker. Na een tijdje draait de wind en wordt teveel Zuid voor een koers naar RÜGEN. We zouden de gehele nacht moeten opboksen tegen die wind. Na veel wikken en wegen van mijn kant om alle mogelijke opties door te spreken: Richting CHRISTIANSØvaren en daar eventueel overnachten, ons oorspronkelijk plan van een tussenstop in SVANEKE, BORNHOLMaan de oostkant passeren, etc. krijgt Meine er een “punthoofd” van. Hij stelt voor om maar gewoon een koers te varen, die zeilbaar is, ook al is het in de “verkeerde” richting. Dat blijkt een goed idee. De kans is altijd aanwezig in zo’n lange periode, dat de weersomstandigheden zich weer ten gunste keren! Dat blijkt ook deze keer het geval. Om 00.30 uur maken we een gijp en kunnen met een halve windse koers langs de noordpunt van Bornholm varen. Meine wil vannacht wakker blijven, dus ik ga een paar uur liggen in de kooi. Slapen doe ik niet, maar rust wel uit. Om een uur of 05.00 uur sta ik weer op. Het is licht en ik maak gebakken eieren klaar voor ons beiden. Altijd lekker na zo’n nacht.

Inmiddels is de wind naar Noord gedraaid en hebben we dus een prachtige koers voor RÜGEN. We varen ruim 6 knopen. Om 07.00 uur de koers nog een beetje verlegd om uit de “shipping lane” te blijven. Nog 50 mijl te gaan. Om 8.45 zie ik op onze digitale kaart dat we precies op een soort drie landenpunt varen tussen Zweden, Denemarken en Duitsland. Ik vraag Meine of hij vanuit Zweden of vanuit Denemarken de grens over wil. Het gaat lekker en het weer is mooi. Ik maak nog even een foto van Meine met rode hoofddoek, speciaal voor Nanet. Om 16.00 uur leggen we na 28 uur varen aan in VITTEop het eiland HIDDENSEE. Moe, maar voldaan zoals dat heet. De sfeer hier is erg rustig, goed georganiseerd met een havenmeester in een speciaal loket. Overigens wel iemand met verstand van zaken, want hij helpt een Duits schip met aanleggen. De mensen aan boord lijken het begrip “springer” niet te kennen en krijgen hun schip dus niet goed vast. Ik ga betalen, een wasmachinemuntje kopen en even naar het weer informeren. Snel een wit wasje gedraaid. Te snel dus en te heet, waardoor mij nieuwe witte Mustobroek zeer grijs uit de machine komt. Balen en eigen schuld. Daarna lekker douchen, Euro’s pinnen en ergens eten. Prima tentje gevonden. Helaas word ik weer opgevreten van de muggen en Meine gaat speciaal het antimuggen spul voor me halen.

Logstand 3672. Zondag 8 augustus: De tweede verregende dag.

Het giet als we wakker worden en dat blijft het de gehele dag doen. Eerst maar even boodschappen doen. Gelukkig kan ik in de supermarkt het chemische goedje kopen om was ongelukjes te herstellen. Na een 2ewasbeurt is mijn Musto broek weer bijna helemaal wit. Tegen een uur of 16.30 besluiten we er toch maar even op uit te gaan, ondanks de regen. We maken een wandeling over het eiland richting het volgende dorp. In het groen naast de dijk zien we een Reebok, met Ree en kleintje. Ze zijn goed te zien, maar gaan wel op de vlucht. We wandelen een rondje van een uur of twee en we gaan langs het strand terug. Dit is wel een zandstrand, maar beschermd door hele grote keien, dus je kunt niet de zee in. Er liggen prachtige ronde stenen en we verzamelen er een aantal. Max vindt het heerlijk om lekker los te lopen. Ze is helemaal nat van de regen en wordt dan altijd extra guitig. Terug op de boot, maak ik 2 pizza’s warm en eten we even gemakkelijk. ’s Nachts droom ik dat ik al weer op het werk ben. Als men mij vraagt hoe de laatste 2 weken waren, kan ik daar geen antwoord op geven. Ik weet het namelijk niet. In mijn droom vind ik dat heel bizar: ik ben al verderop in de tijd, maar heb de laatste 2 weken nog niet meegemaakt.

Logstand 3731. Maandag 9 augustus: Een megalomane havenopzet in Warnemünde.

Vannacht heeft het nog erg geregend, maar nu we zijn opgestaan is het droog en breekt de zon door. We besluiten toch te gaan varen en HIDDENSEEverder niet meer te bekijken. We hebben er een aardige indruk van gekregen, maar we willen ook wel weer door. Het is trouwens wel de moeite waard geweest vind ik, vooral ook doordat in de boek “De Toren” er ook aandacht aan besteed wordt. Dat boek heb ik trouwens uitgelezen op onze lange tocht vanaf UTKLIPPAN.In het dorpje Vitte staan nog een aantal niet gerestaureerde villa’s, waardoor ik een indruk krijg van hoe het vroeger hier was. Het aardige is dat ik toen ik in de jaren zeventig in Oost Berlijn was en de verwaarloosde huizen zag, ik me niet voorstelde hoe het was daarin te wonen. Nu door het lezen van dit boek, is dat veel meer inzichtelijk geworden. Bijvoorbeeld door de beschrijvingen van het wonen in de oude Jugendstil panden, die onteigend zijn en nu door meerdere families worden bewoond. In de winter doen de meeste verwarmingen het niet, bevriezen de wc’s dus en zijn er allerlei andere ongemakken. Ook de beschrijvingen van de spekgladde schuine wegen, die door gesprongen waterleidingen overspoeld waren en vervolgens bevroren, maakten duidelijk hoe lastig het dagelijks leven toentertijd was.

We varen om 10.00 uur richting WARNEMÜNDE, nog zo’n plaats die me aantrekt. We hebben wind tegen, maar met het grootzeil bij en de motor aan, gaat het redelijk. Om 21.00 uur leggen we aan in de MarinaHOHE DÜHNE, een nieuwe aan de buitenkant in zee gebouwde haven. Zeer groots en ruim opgezet. Grote boxen met zeer veel plaats er tussen. Hotels, restaurants, een Spa en een havenmeesterkantoor, dat het grootste is dat ik ooit gezien heb. En alles van mahonie met bronzen opdruk. Het hele complex (ruim 800 ligplaatsen) is gefinancierd door Noorwegen. Het komt op mij bijna megalomaan over en Meine en ik houden hier niet zo van. Er is geen enkele sfeer. Het lijkt op de luxe in het nieuwe Rusland en we vragen ons af, of dit nu een algemene trend is, of dat dit toch nog een overblijfsel is vanuit de DDR tijd in de zin van het compenseren van al die jaren in gebrek te hebben geleefd.  De volgende morgen tanken we diesel en worden geholpen door aan aardig mannetje, dat vroeger gevaren heeft op een tanker. We maken een praatje en hij vertelt over HARDERWIJK, waar hij vroeger wel kwam en dat hij zo gezellig vond.

Donderdag 12 augustus; Kielerkanaal op weg naar de Eider. (54°17’8N/09°41’8E) Logstand 3849. Gevaren: 1522 mijl.

Inmiddels beginnen we echt weer in de richting van thuis te komen. Zoals eerder aangegeven willen we over een week toch wel weer in Langbroek zijn. We hebben wel besloten nog een klein ommetje via de rivier de EIDERte maken. Deze rivier is een aftakking straks halverwege het kanaal en wordt beschreven als landschappelijk heel mooi. Vandaar uit dan eventueel via HELGOLANDterug naar Nederland. We gaan het zien.

Logstand 3822. Woensdag 11 augustus: een beetje brak de “morning after” in Rostock.

Vanochtend voor het eerst deze vakantie weer eens met een ouderwets brak gevoel opgestaan. Gisteravond was wel erg gezellig en de sigaar en bijbehorende drankjes smaakten goed. In ieder geval toch om 06.15 op gestaan en om 07.00 gaan varen. Het is bewolkt en het regent een beetje, maar er staat een gunstige wind. Na vijf kwartier zijn we op open zee en we kunnen een mooie koers varen. Kortom lekker zeilen dus. Tot het eiland FEHMARNen de hoge brug die het eiland verbindt met het vaste land gaat het prima. Ook daarna valt het mee. De koers is gunstiger dan verwacht en we blijven zeilen. De wind is Zuid tot Zuidwest kracht 5 en we varen gereefd. Om ongeveer 16.00 draait de wind in luttele seconden naar pal West. Meine doet snel de stuurautomaat uit en even later breekt er een hevige regenbui los. We hebben niet onze zeilpakken aan, dus we schuilen onder de buiskap. Het schip blijft echter zeilen en vindt zelf een nieuwe koers. Buiten is er niets meer te zien en we gaan er maar van uit dat er geen obstakels in de buurt zijn en na een paar minuten is de bui weer net zo snel voorbij als dat ze kwam. De zon begint te schijnen. Wel blijf de wind nu uit het Westen komen en we besluiten de laatste 4 uur op de motor te varen. dat is wel een beetje stampen, maar gaat sneller. Om 20.30 uur leggen we aan in WENDTORFin de KIELER BOCHT. Behoorlijk moe en rozig. Ik moet echt even bijkomen en we moeten nog eten. Gelukkig is er een klein grappig tentje bij de haven waar we “schol in het zuur” eten met Bratkartoffeln. Bier en een wijntje erbij, Meine nog een ijs toe en dat alles voor 21 euro.

Logstand 3865. Donderdag 12 augustus: nadenken en plannen van de terugreis.

We vertrekken om 09.00 uit WENDTORF. Het is bewolkt, maar droog en een N-NW wind. Vandaag kan er toch niet gezeild worden, omdat we het Kielerkanaal opgaan. De laatste dagen kunnen we Kapitän Reiner Dietzel alias “Delta Papa 07″ (www.dp07.com) weer ontvangen, een weerbericht dat regelmatig wordt uitgezonden en zeer uitgebreide informatie geeft. Bijna iedere zeiler in deze buurt kent het wel. Ben je in het gebied tussen BORKUM EN BORNHOLM, dan kun je hem op vaste tijden ontvangen op een VHF kanaal. Vooral de langszame manier waarop hij een “Tieeeefff…”, aankondigt is kenmerkend. Ook wordt het zo langzamerhand weer tijd om naar getijden en dergelijke te gaan kijken. Immers aan de westkant van het KIELER KANAALkomen we weer in getijdenwater. Ik heb nu geen idee, hoe het uit zal komen. Midden in de nacht vertrekken vanwege het tijdstip hoogwater of toch op een iets comfortabeler tijd?

In een paar uur tijd varen we naar de HOLTENAUER SLUIS. Vlakbij de grote vuurtoren in de KIELERBOCHTziet Meine wat bewegen op het water. Helaas zie ik niets en als hij beweert dat hij een walvis gezien heeft, geloof ik hem niet direct. Later lees ik een artikel in de Duitse Seljerens, dat hier inderdaad zogenaamd “Schweine Wäle” worden gesignaleerd. Men vraagt zelfs om waarnemingen door te geven via een uitgebreid formulier. Als we bij de sluis komen, kunnen we redelijk snel door en we varen weer “als vanouds” over het kanaal. Het begint erg te wennen en is niet meer zo indrukwekkend als de eerste keren. Daarom extra leuk dat we hebben besloten om halverwege van het kanaal af te slaan en de EIDERte volgen. Vlak voor 18.00 komen we bij de sluis die toegang geeft tot deze rivier en we kunnen nog net als enige mee. Ik moet twee maal vier euro betalen. De volgende dag ontdekt ik, dat dit dubbele tarief geldt, als je met slechts één boot door de sluis gaat. We varen nog een stukje door en ankeren in het riviertje een eindje voor de 2esluis. We liggen midden in het weiland, met koeien en Hollandse luchten. Ik waan me aan de KAGERPLASSENen geniet van de herinneringen van vroeger.

Logstand 3909. Vrijdag 13 augustus: Ik zie ik zie, wat jij niet ziet.

Om 06.00 toen ik een piepende Max in de kuip gedaan zodat ze een plas kon doen, was het nog heel heiig en mistig, maar om 08.00 uur als we opstaan, schijnt de zon weer volop. We gaan eerst maar eens lekker zwemmen. Ook Max moet mee over boord, al is het alleen maar om de pieslucht op te heffen. Ik hoop dat haar incontinentie straks thuis weer voorbij is. Dan kan ze immers ieder moment van de dag of nacht als ze aandrang voelt naar buiten.

Ons 2eachterankertje heeft het trouwens niet gehouden en we liggen dwars in het water. Niet zo heel erg, want er is geen vaart ‘s nachts tussen de sluizen, maar een volgende keer moeten we het wel wat verder uitbrengen. Vandaag varen we door dit prachtige polderlandschap. Op een gegeven moment klim ik op de giek, zodat ik vanuit de hoogte over de dijk kan kijken de polders in. Na de 2esluis komen we op de zogenaamde BUITEN EIDER. Hier is al weer stroom en dus een betonning. Omdat het riviertje nog echt meandert is er soms zeer veel diepte verschil tussen de binnen- en buitenbocht. Dat kan zomaar 12 meter schelen. Tijdens het varen zijn de enorm vuile stootwillen me ineens een doorn in het oog en ik besluit ze alle zes te cleaneren en in de was te zetten. Een stevig klusje! Na een prachtige tocht, waar we een stuk of twaalf kraanvogels (dat denk ik, omdat ze net iets sierlijker waren dan Ooievaars en je die laatste volgens mijn nooit in zulke grote aantallen tezamen ziet), komen we precies met hoogwater in het stadje TÖNNINGaan. In eerste instantie leggen we aan de kade aan, maar het water zakt hier zo’n drie meter en dat is zonder drijvende steigers wel erg oncomfortabel (lijnen meevieren met het getij) en we leggen aan langs een groot motorjacht. Deze haven is niet echt geschikt voor zeiljachten en we zijn dan ook zo’n beetje de grootste. Wel is het een leuke oude Hanzestad, met helaas juist nu een drukke kermis. We eten lekker in een tentje aan de haven en houden het stadje voor gezien.

Logstand 3949. Zaterdag 14 augustus: een wel heel goedkoop luchtje.

We vertrekken om 06.25 met hoogwater. Het is nog nevelig en we zijn snel bij het EIDER SPERRWERK, het Duitse equivalent van de OOSTERSCHELDEKERING. Het schutten gaat dan ook heel snel. Er is immers geen verschil tussen binnen en buiten water. De nevel trekt op, er is een heel klein windje en we varen rustig op de motor en langs de zeehonden richting HELGOLAND. De wind komt deze keer wel uit de goede hoek, maar heeft maar geen kracht genoeg om te zeilen. Het wordt een heet tochtje en gelukkig zijn we al om 13.00 uur op het eiland. Daar liggen een aantal veerboten voor anker, die hun passagiers met kleine boten naar de wal laten gaan om inkopen te doen. Hier hoef je namelijk geen belasting te betalen. Wij leggen vierdik aan in de haven langszij een andere Jeanneau. Eerst maar even boodschappen doen, want we hebben niet veel meer. Beetje rondlopen en vervolgens een wandeltocht over de kliffen. Ik had gedacht dat het eiland veel groter zou zijn, maar in een kleine 2 uur, kun je het helemaal rondlopen. Wel mooi overigens: hoge roodstenen kliffen, dooradert met een goudkleurige steensoort. Erg interessant en lawaaierig (en stinkend vanwege alle mest) is de grote kolonie Jan van Genten. De periode mei/juni is het broedseizoen van deze pelikaanachtige. We zien nu nog een aantal vogels, dat nog donsveren heeft. Het lichaam is torpedovormig en de vleugelspanwijdte reikt tot 170-180 cm. In de winter vertoeft deze vogel op zee en duikt dan met hoge snelheid naar vis. Buiten het broedseizoen is de okergele kop bleker. De vogels zijn sierlijk van kleur en bouw. Deze vogels nesten op de kliffen, baltsen daar ook en de jongen groeien op de kliffen op en slaan vanaf daar ook de vleugels uit.

Vlak bij de haven duiken Meine en ik ook een belastingvrije winkel in. Als je er dan toch bent! We doen dit wel nadat de veerboten het eiland weer verlaten hebben, want dat scheelt aanmerkelijk in de drukte. Meine schaft een aantal mooie whisky’s aan en ik koop 2 flessen parfum. Het scheelt hier namelijk bijna de helft en dus meer dan bijvoorbeeld op Schiphol. (Als ik later thuis naar mijn pinbon kijk, zie ik dat de verkoopster zich een komma vergist heeft. Ik heb € 13.20 betaald! In de winkel had ik helemaal niet gecheckt. Gelukkig maar, want ik had het zeker gemeld als ik het gezien had. Nu besluit ik om de bonnen te bewaren en af te wachten of men nog actie onderneemt)

HELGOLAND

 (Noordfries: Deät Lun (Het Land), Latijn: Terre Sacra) is een eilandin de Noordzee. Het is het enige eiland op volle zee in Duitslanden binnen het Friese woongebied. Het eiland is vooral bekend vanwege het toerisme en het driejaarlijkse cultureel festival Friesen-droapen. Helgoland vormt een eigen gemeente en maakt geen deel uit van het douanegebied van de Europese Unie. Helgoland  werd rond 4000 v.Chr. een eiland door het stijgen van de zeespiegel na de laatste ijstijd. Er woonden al in het Neolithicummensen die enige resten hebben achtergelaten. Er wordt verhaald dat rond 700 de Friese koning Radbodop het eiland een tijd zijn zetel had. In de 8eof 9e eeuwwerd het eiland vanuit (waarschijnlijk Oost-)Frieslandgekoloniseerd. De huidige bewoners spreken nog steeds een Noord-Friesdialect, het Helgolandsof Halunder Freesk. Het werd ingelijfd bij het Vikingrijk en werd in de tijd van de Hanzevooral bekend als piratennest. Het eiland bleef tot 1814(Vrede van Kiel) tot Denemarkenbehoren. De Britten veroverden het eiland in 1807op de Denen. Het strategisch belangrijke eiland was vervolgens het domein van smokkelaars maar begon vanaf 1828 ook een toeristenbestemming te worden. In 1890kwam British Heligoland in het kader van het Zanzibarverdrag(Berlijn, 1 juli) aan Duitsland, dat in ruil het Oost-Afrikaanse Zanzibaraan de Britten liet. Keizer Wilhelm IIbouwde Helgoland uit tot marinesteunpunt en dat bleef het tot na de Tweede Wereldoorlog. In de Eerste Wereldoorlogwerden alle bewoners gedwongen het eiland te verlaten. In juni 1943 werden door een vliegtuig van de RAF, dat terugkeerde van een missie boven het vasteland van Duitsland, enkele bommen afgeworpen. Kort voor het einde van de oorlog in 1945, toen de Britse troepen reeds voor Bremen stonden, probeerden 15 Helgolanders, onder wie Erich Friederichs, contact met de Britten op te nemen, om te voorkomen dat hun eiland door een bombardement zou worden vernietigd. Door verraad werden zij op 18 april door de Gestapogearresteerd. Op 21 april werden 7 van hen in Cuxhaven geëxecuteerd. Op 18 april voerden 1000 vliegtuigen van de Royal Air Force een vernietigend bombardement uit, waarbij ca.7000 bommen werden afgeworpen, waardoor het eiland onbewoonbaar werd en de bevolking moest worden geëvacueerd. De Royal Air Forcegebruikte het voor schietoefeningen en trachtte het eiland in 1947– tevergeefs – voorgoed op te blazen. In 1952mocht de bevolking na lang aandringen terugkeren. Sindsdien leeft het eiland hoofdzakelijk van het toerisme, dat mede wordt gevoed door de accijnsvrije verkoop van zaken als sigaretten, parfum en alcoholica.

Logstand 4083. Zondag 15 en Maandag 15 augustus: een race tegen de klok en toch nog een boei geraakt.

We verlaten de haven om 11.15 uur met een zeer gunstige wind voor de koers naar VLIELAND, namelijk NO-Noord. Wel zijn de voorspellingen zodanig, dat er behoorlijke wind zal zijn. Ik ga vooraf nog even langs bij de Wetterdienst boven het havenkantoor. De windwaarschuwing voor kracht 7 geldt voor de DUITSE BOCHT en wij varen alleen het eerste stuk door dit water. Wel zullen we met kracht 5-6 te maken krijgen. De tocht gaat als een speer. Het blijft de gehele nacht waaien en we leggen binnen 21 uur 135 mijl af. Wel is het de vermoeiendste reis van deze vakantie. Omdat het zo onstuimig gaat, is slapen onmogelijk en voor mij is binnen zijn zelf niet aan te bevelen, vanwege dan dreigende zeeziekte. We blijven dan ook allebei de gehele nacht op, maar spreken wel af wie van de twee oplet en wie een beetje kan wegdutten. Op dit soort tochten blijkt altijd wel weer dat we met zijn tweeën een goed team zijn. We beslissen en doen dan echt alles samen en uiten ook onze gevoelens. Halverwege de nacht om een uur of half drie heeft Meine het wel gezien en vraagt zich af, wanneer er een eind aan deze wind komt. Juist op dat moment, is mijn dreigende zeeziekte voorbij en begin ik het leuk te vinden. Qua scheepvaart is het overigens rustig. De shipping lane passeren we bij daglicht en er zijn ’s nachts niet veel vissers op zee. Wel krijgen we behoorlijke buien en continue windkracht 6. Later blijkt dat we het staartje van slecht weer op het IJSSELMEERen DE WADDENhebben meegekregen. Ook horen we later dat er nogal wat jachten in de problemen zijn gekomen en dat de KNZHRM in Nederland op 19 verschillende locaties actief is geweest.  Het enige beetje angstige moment is als we in het donker tegen een lichtboei aanvaren. Dat levert, naast een kleine schade, wel weer een leerpuntje op: We varen namelijk veel op de stuurautomaat en dat maakt ook lui. Als een schip of een ander obstakel in de buurt komt, heb je de neiging om pas op het laatste moment handmatig te gaan sturen, omdat het zo’n gedoe is voordat de automaat weer de koers heeft opgepakt. Dat wordt ons dus “fataal”. Vlak voordat we de boei raken, zit ik beneden te navigeren en de boei op de kaart op te zoeken. Meine heeft namelijk al gewaarschuwd dat we dicht bij een groot licht aan het komen zijn. Opeens geeft de GPS weer “no-fix” aan, waardoor de boot stuurloos wordt en Meine het naderhand omschrijft als: “Het leek wel of we naar de boei werden toe gezogen”. Achteraf is onze analyse, dat de elektronica in de boei heeft gezorgd voor de verstoring van de GPS. Dat moeten we na de vakantie wel even laten nakijken!

Door het slechte weer, wordt het ook pas laat licht. Even maak ik me zorgen dat we te vroeg bij Vlieland aankomen en geen zicht zullen hebben op de betonning. Het gaat echter net goed. De laatste paar uur zitten we allebei een beetje te suffen, maar als Meine voor de kust van Vlieland gaat navigeren, stuur ik in de regen de boot op zijn aanwijzingen langs de zandplaten. Daar word ik wel weer wakker van. Om 08.00 uur varen we de haven in. Gelukkig is er plek genoeg en vind ik snel een box. We trekken een flesje wijn open (een record qua tijdstip), eten een paar verse broodjes die al aan de haven te koop waren en gaan lekker slapen. In de supermarkt kom ik trouwens de schipper tegen van het blauwe jachtje uit MONNICKENDAM, dat we deze reis al vier keer hebben gezien. Toen we zojuist de haven invoeren, zag ik hem al liggen en ook zij hadden ons gezien. Dat is een vorm van toeval, die ik herken van mijn wandeltocht naar SANTIAGO DE COMPOSTELLA. Ik val als een blok in slaap en rond 13.30 worden we allebei tegelijk wakker. Even een wandelingetje door het dorp, een paar lekkere haringen gekocht, aan boord gekookt en weer rond een uur of 10.00 naar bed.

Logstand 4124. Dinsdag 17 augustus: een race tegen de klok en toch nog een boei geraakt.

Het belooft vies weer te worden en ook de wind, die nu uit West komt, zal draaien naar Zuidwest, is de verwachting. Bovendien verwacht men buien met ruim kracht 7. Niet echt aanlokkelijk voor een koers richting MEDEMBLIK! Echter de tijd van laagwater is gunstig en we varen bij windkracht 4 met stroom mee om 9.30 uit richting HARLINGEN. Met één reef en een verkleinde Genua, zie ik op de GPS dat we op een bepaald moment 10.2 knopen varen! bij Harlingen gekomen gaat het steeds harder waaien. Bovendien gaat de wind inderdaad naar West en hebben we stroom tegen wanneer we naar de sluis van KORNWERDERZANDvaren. Met de motor bij en nog een klein stukje Genua halen we het net. Wel in combinatie met het alarm dat af gaat op het moment dat we een tijdje meer dan 3000 toeren draaien. We weten inmiddels wel dat het geen kwaad kan en dat de thermostaat waarschijnlijk te laag staat afgesteld, maar het is nooit leuk, zo’n alarm. In de sluiskom liggen een paar andere jachten. Het duurt echter wel 1,5 uur voordat de brug open gaat en de kom wordt steeds voller met jachten en beroepsvaart. Later horen we van Hinne, dat er eerder problemen met de brug zijn geweest en het daarom waarschijnlijk zo lang duurt. Na de sluis kunnen we met motor bij, precies de koers naar MEDEMBLIKhalen. We varen naar de hoge wal en de wind wordt minder. Om 17.30 leggen we aan in onze eigen box. We vallen aan op de lekkere hapjes en genieten samen een paar uurtjes van de rust en de veilige tocht. Zeveneneenhalve week op pad en alles is goed gegaan! Even later worden we liefdevol welkom geheten door onze Duitse buren Jürgen en Helga. Ze waren al erg benieuwd wanneer we zouden komen en vonden ons tien jaar jonger geworden. Later op de avond naar café Brakenboer. Ik móet bitterballen eten. Hardstikke gezellig, aan de praat geraakt met schipper van de bruine vloot en bij afrekenen krijg ik een compliment van Jacques, de eigenaar: Hij heeft nog nooit in zijn café een vrouw gehad dit drie flesjes Westmalle Triple drinkt. Die voel ik de volgende morgen overigens nog wel een beetje.

2010 Zweden zeilreis foto’s Deel 7

Zondag 22 augustus; In mijn werkkamer in Langbroek.

Vandaag dit verslag afgemaakt. Vorige keer in 2007, heeft dat nog een jaar geduurd en dat wil ik niet deze keer. De afgelopen dagen waren heerlijk om rustig weer te wennen aan vaste grond onder de voeten. Zoals ik graag wilde, waren we afgelopen woensdag al hier in LANGBROEK.Op de weg hier naar toe direct even bij Henk en Garmyn langs geweest in LOENEN AAN DE VECHT. Dat vinden wij en zij altijd erg leuk en het hoort er ook een beetje bij, dat we hen als eersten weer begroeten. Fijn dat het ook met hen goed gaat. Zij gaan maandag de 23eweer een paar weken varen.

Thuis gekomen, zijn we erg benieuwd naar de tuin, want het is “groeizaam” weer geweest. Toch valt alles best mee en dat is vooral te danken aan onze vier oppassers. Roelie en Bart zijn in het begin geweest en hebben vooral gesproeid in de extreem droge periode. Begin deze maand waren Perry, Marion en de kinderen er. Volgens onze buren hebben ze “gebeuld” in de tuin. Marion, die ik gisteren even belde, vertelde dat ze direct de tuin zijn ingedoken. In eerste instantie leek het mee te vallen, maar al snel bleek veel overwoekerd. Zo vond ze ver onder ander groen tomatenplanten, hebben ze tuinbomen geoogst (erg lekker waren ze) en genoten van bessen en bramen. Morgenavond komen ze even langs om chutney te brengen die Marion gemaakt heeft. Geweldig!

En tot slot: Max geniet van de vrijheid. Lekker keutelen door de tuin, verschillende slaapplekjes uitproberen (vanmorgen lag ze onder de eettafel) en vooral veel onder de struiken struinen. Ik heb haar lekker gewassen en haar vacht ziet er weer prachtig uit. Die gaat nog wel even mee, lijkt het zo. Overigens is ze in geheel Zweden niet één keer gecontroleerd, terwijl we alle kostbare voorzieningen hadden getroffen: chip in het oor, blode onderzoek een half jaar en vlak voor de reis en de nodige extra inentingen.

En helemaal tot slot: Meine en ik hadden nog wel een paar maandjes door willen varen!